Dichtbij-buitenland: snoepen uit de Duitse trommel

Marja van Kampen

We rijden op een zomerdag enthousiast naar de Eifel, in Duitsland, waar we al na een paar uur aankomen. Niks mis met Nederland, maar dat bergachtige met piepkleine lieflijke dorpjes, dat hebben we hier niet. 

Klaar Om Rond Het Stuwmeer Te Fietsen

De Eifel is een stukje dichtbij-buitenland met soms wel hellingen van 15 procent en veel bochtenwerk. Fijn, die rotsachtige bergen, meertjes en spannende kronkelwegen. In Rohren bij Monschau staan we vrij en blij op 550 meter hoogte. Onze eerste wandeling voert over zomerse loipen langs de laaggelegen historische Sägemühle in het Kluckbachtal, een verlaten locatie met een kolenmeiler – waarin je houtskool bereidt – en een door water aangedreven zaagmolen, die je enkel op afspraak kunt bezichtigen. 

Er blaft een vervaarlijke, naar later blijkt elektronische hond tegen ons zodra we te dichtbij komen. Snel een biertje bij hotel De Lange Man om van de schrik te bekomen. Morgen gaan we fietsen over voormalige spoorlijnen door weer een ander waanzinnig mooi landschap, nu in het hogere gedeelte van de Eifel.

Weer een dag later komen we na veel bochtenwerk aan in Pronsfeld bij het oude treinstation. En wat nu? Er is zoveel te kiezen in die Duitse snoeptrommel. Moezelwijnen willen we proeven, dus dalen wij af naar wijndorp Neef aan de Moezel. Wijnranken tegen steile hellingen, overal wijnproeverijen met alweer wat toeloop en een hoofdrol in dit alles voor de romantische Moezel. 

De gif sproeiende helikopter negeren we, hoewel hij hinderlijk rondom vliegt. Biowijnen roepen ze hier dan... De nabijgelegen ruïne van Kloster Stuben oogt als een plaatje tegen de wijnhellingen. We vermaken ons hier wel. 

Zwaailichten 

Volgens de weersverwachting gaat het flink regenen, dus we zoeken een grote stad op. Onze tocht naar Mainz leidt langs smalle doorgaande wegen langs de Moezel, tot ons in Bullay een Retttungswagen met sirene en zwaailichten tegemoet komt. Links staat een pick-up met werklui en wij duiken zoveel mogelijk naar rechts. De ambulance heeft – terecht – veel haast en bij het passeren blijft weliswaar onze grote spiegel vrij, maar door een te snelle afdraai raakt hij tocht de hoek van onze achterbumper en hard ook. De doorjakkerende hulpdienst maant ons te wachten op de Polizei. 

Op onze vraag later, na de afhandeling, hoe het de patiënt is vergaan, reageren ze met ‘daar mogen wij niets over zeggen’. Al met al een dipje, maar de tocht door het berggebied Hunsrück is mooi, superlatieven schieten tekort, dus dan parkeer je dat smetje snel. In Mainz zoeken we een gezellig terras op en flaneren we langs de Rijn, want de regen komt pas ‘s avonds. 

Zeshonderd jaar geleden werd hier Johannes Gutenberg geboren, de uitvinder van de boekdrukkunst, concurrent van ‘onze’ Laurens Janszoon Coster uit Haarlem. 

Slimme jongens, die Romeinen 

Wij willen naar dat deel van de Hochtaunus waar de Opper-Germaanse Limes doorheen loopt, in het begin van de jaartelling de noordelijke buitengrens van het Romeinse Rijk. Noem het de Romeinse camino, deels een pad dat doorloopt tot aan Katwijk. We komen door diverse dorpen met altijd metropool Frankfurt in de verte goed zichtbaar, met zijn imposante contouren: gigahoge kantoortorens in allerlei vormen en maten. 

Bij Schmitten vinden we een fijn plekje bij een jeugdherberg en onze stevige wandeling naar de Kleine Feldberg door de Hochtaunus is soms letterlijk adembenemend. Onderweg zien wij de fundamenten van een Romeins Castellum met een badhuis, heel apart met de vloerverwarming op houtstoek. Slimme jongens, die Romeinen. 

In Saalburg is zelfs een geheel intact Romeins Fort Castellum, maar dan herbouwd wel op de oorspronkelijke plaats, dankzij de support van Kaiser Wilhelm I (1859-1941) en inmiddels werelderfgoed onder auspiciën van Unesco. Het is een indrukwekkend educatief bouwwerk annex museum, vroeger onderdeel van de Limes. 

Daarvandaan rijden wij zomaar de middeleeuwen in: Idstein in de Rheingau-Taunis, een lieflijk, op-en-top Duits stadje, zo geplukt uit een sprookjesboek. Kasteel, raadhuis, markt – alles klopt, we vergeten even de nieuwbouw eromheen. 

Moddergele Ahr 

Vanuit de Taunus struikel je zo het Westerwald in. Er zijn niet veel wegen hier en we vermijden graag snelwegen en zo komen we weer langs leuke dorpjes ene smalle wegen met soms hellingen van 15 procent. Bij Wilroth heb je het Grenzbachtal, met veel beekjes en nattigheid, waardoor je niet overal kunt komen. Toch vinden we een rustig plekje bij de voormalige Steiger Mühle en zien zomaar een kleine ree voorbijlopen. 

De molen was ook ooit een herberg met rondom ertsmijnen, die in de jaren 60 zijn gesloten. In het dorp Wilroth staat een schacht van bijna zestig meter hoog, maar de mijn was dan ook zevenhonderd meter diep. Helaas is het bijbehorende museum nog gesloten. 

We worden wakker met hanengekraai en tokkelende kippen, heerlijk. Ter hoogte van Breitscheid vallen ons de vele dorre naaldbomen op, gevolg van de plaag van de schorskever die hier vreselijk huishoudt. Snel zakken wij af naar de Rijn en nemen in Linz – met een historische Altstadt – de pont naar Remagen en gaan naar Sinzig. 

Daarvandaan kun je relaxed fietsen langs de Rijn en ook langs de kronkelende Ahr. Die is dezer dagen moddergeel, als gevolg van de intense regens op de berghellingen. Een week na ons bezoek leidt dat tot catastrofale overstromingen, waar iedereen alleen met pijn aan kan terugdenken. 

En dan moet onze Hymer weer omhoog om van oost naar west dwars door de Eifel te tuffen. Genieten, echt. We kiezen ervoor om Am Weißer Stein te staan, eigenlijk een wintersportcamperplaats, hooggelegen en midden in de natuur. We zijn de enigen. 

Een flesje wijn 

Dit is Natuurpark Hoge Venen-Eifel, een hoogvlakte die een deel van de Belgische Ardennen bestrijkt en een stukje Eifel. Later verschijnt een vriendelijke beheerder: bij het afrekenen krijgen we een flesje wijn. Het fietsen is een kleine uitdaging door het hoogteverschil en de natte bospaden, maar de moeite waard. We zien waterbuffels, maar ook bosarbeiders die de roestbruine naaldbomen kappen die ten dode zijn opgeschreven. Die rotkever. 

Het is hier stil en ‘s nachts pikdonker. We ontwaken in dikke mist, zelfs de nabije hoge uitkijktoren is onzichtbaar. Naar beneden rijdend zien we de wereld gelukkig weer tot leven komen. We stoppen bij de enorme stuw in Eupen in België, fietsen vijftien kilometer rond het meer en ontdekken ook nog weetjes op de panelen langs het bosleerpad. De Vesderdam is een gigantische wand, het stuwmeer wordt gevuld door de rivieren de Vesder en de Getzbach. 

De Brabantse slogan Fietsen doe je in Brabant geldt dubbel en dwars in Oirschot en weer in eigen land sluiten wij hier ons tochtje af. Natuurgebied de Kampina is beroemd om zijn heide, maar ook de bossen en vennen zijn super. Is het gras echt groener bij de buren? Ach, ‘t is anders.