Onderweg in de winter


Inhoudsopgave - Onderweg in de winter


Onderweg in de winter

Inleiding

Het gebeurt regelmatig dat auto's door hevige sneeuwval uren of zelfs wel de hele nacht vast zitten. Op tijd tanken is daarom belangrijk. De motor gebruikt bij stationair draaien weliswaar weinig brandstof, maar het is verstandig om 's winters te zorgen dat er voor noodgevallen altijd voldoende brandstof over is om de motor en dus de kachel uren in bedrijf te houden.


Ook de conditie van de startaccu is een belangrijk onderdeel. Bij twijfel is het beter om een nieuwe te kopen, want het kan erg vervelend zijn als de camper na een overnachting bij strenge vorst niet meer wil starten. Accu's slijten vooral bij hoge temperaturen in de zomer, maar ze begeven het als het 's winters koud is.

Wat betreft de basisauto zijn de volgende aandachtspunten van belang:

Basisauto

  • Sneeuwkettingen. Thuis oefenen in het omleggen is aan te raden. Neem werkhandschoenen, oude jas en een knielmatje mee, want vaak zijn de straat, de banden en de omgeving erg vies. Sneeuwkettingen zijn verplicht op trajecten die zijn aangegeven met het ronde blauwe bord met daarop afgebeeld een band met sneeuwketting.
  • De AutoSock. Dit is een textiel wielcover en is vergelijkbaar met het op sokken lopen over ijs. Deze is overal toegestaan, behalve in Oostenrijk en Zwitserland. Daar geldt een wet uit 1914 waarin staat dat een sneeuwketting minimaal uit vijftig procent metaal behoort te bestaan. Deze wet is van toepassing op plekken waar op dat moment sneeuwkettingplicht geldt. Dit wordt duidelijk gemaakt met het hiervoor genoemde blauwe verkeersbord. Door de coulante houding van de Oostenrijkse en Zwitserse politie zijn er bij de NKC echter al drie jaar geen gevallen bekend dat voor het gebruik van de AutoSock op die trajecten bekeuringen zijn uitgedeeld. Officieel blijven echter daar sneeuwkettingen verplicht.
  • Ruitensproeierantivries. Bij pekel gaat het snel op, dus neem voldoende reserve mee. Ruitenvloeistof met antivries is wettelijk niet verplicht in de winter, maar ontstaat er een ongeluk en heeft de bestuurder de vloeistof niet gebruikt, dan bestaat de kans op een boete en een aansprakelijkheidsstelling voor het ongeluk.
  • Slotontdooier. Nooit in de auto leggen, maar altijd in een handtasje, jas- of broekzak doen.
  • Winterbanden. Zijn meestal niet expliciet verplicht, behalve in Duitsland, Finland en Zweden, maar bij gladheid toch rijden zonder winterbanden betekent grote kans op aansprakelijkheid en een boete bij schade. Lees hier meer over winterbanden.
  • IJskrabbers. Neem extra mee, want ze kunnen in de kou makkelijk breken.
  • Spuitbus ontdooispray. Is naast krabbers ook handig.
  • Deurrubbers. Van tevoren behandelen tegen vastvriezen met speciale stiften of talkpoeder.
  • Sleepkabel. Voor wie onverhoopt van de weg glijdt of vast komt te zitten.
  • Startkabels. Voor als de accu bij extreme kou onvoldoende capaciteit blijkt te hebben. Kijk hier voor meer informatie.
  • Electrische bekabeling. Spuit kabels en kabelkoppelingen in met WD40 ter voorkoming van oxidatie..
  • Zaklantaars. Deze zijn goed geladen en/of met goede reservebatterijen voor noodgevallen.
  • Reserve motorbrandstof. Voor nood, zoals bij vast komen te staan, verkeersvertraging en gesloten pompstations.
  • Plakband. Liefst de brede aluminiumkleurige. Om portiersloten vrij van sneeuw te houden bij parkeren.
  • Veiligheidshesjes. Deze zijn in steeds meer landen verplicht om te dragen tijdens het wisselen van een lekke band of een ander pechgeval langs de weg. De regels zijn niet uniform. Maar ook als het niet verplicht is, biedt het wel meer veiligheid, zeker in de donkere wintertijd en bijvoorbeeld tijdens het omleggen van sneeuwkettingen.
  • Starthulp. Het kan gebeuren dat de startaccu het heeft begeven. In dat geval is er wellicht starthulp nodig van de buurman naast je. Het uitvoeren van een starthulp vraagt de nodige aandacht. Hier lees je meer over een verantwoorde starthulp.

De huishouding

Het zijn niet alleen de technische zaken van de auto die bij de voorbereiding op een winterse reis aandacht nodig hebben. De moderne camperaar rekent erop dat zijn wagen hem overal comfortabel en warm brengt. Maar als hij ergens strandt en de camper moet verlaten om hulp te halen terwijl het vriest, sneeuwt of ijzelt, komt hij niet ver zonder kleding en schoeisel dat hier geschikt voor is. Valt de motor uit, dan biedt de autokachel ook geen warmte meer.

Bovendien levert de dynamo dan geen stroom meer, zodat - waar geen aansluiting voor 230 volt is - alleen de huishoudaccu als energiebron overblijft. Als die slecht is of leeg raakt, stoppen bij de meeste campers ook de kachel en alle andere voorzieningen die stroom nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan de waterpomp en de verlichting.

Er zijn ook minder ernstige zaken om rekening mee te houden, zoals schade door condensvorming. Er wordt 's zomers automatisch veel geventileerd, maar 's winters doet men zo veel mogelijk dicht om de kou buiten te houden. De aanwezigheid van mensen, het koken en sommige kachels zorgen voor veel vocht in de camper. Dat condenseert op de koudere plekken, zoals de cabine, de ruiten, de achterzijde van sommige kastjes, voorin de alkoof en dergelijke.

Dat is hinderlijk, maar erger is dat het uiteindelijk ook in de camperwanden kan doordringen. De remedie is condensvorming waar mogelijk te voorkomen en voor voldoende ventilatie te zorgen. Laat bovendien bij stilstand bij kastjes waarin het koud is het deurtje open staan. De belangrijkste elementen bij het wintergebruik van de kampeerauto zijn de zorg voor voldoende warmte voor de personen en het voorkomen van vorstschade en het uitvallen van apparatuur.

Wat betreft het huishouddeel kan het volgende goed van pas komen:

Huishouddeel

  • Kleding en dekens. Ook bij korte uitjes voldoende voor langdurig stilstaan zonder kachel.
  • Gasvoorraad. Ruim voldoende voor het hoge verbruik, bij voorkeur ook een reservefles. Gebruik propaangas, want butaan is niet geschikt voor lagere temperaturen. Dat geldt in mindere mate ook voor lpg. Laat eventueel een Eis-ex verwarmingselement monteren om bevriezen van de regelaar te voorkomen. Zoek een wintercamping met gasflesverhuur.
  • Isolatiemateriaal. Voor de cabineramen en een gordijnafscheiding voor de cabine, waar het doorgaans wat kouder is.
  • Aansluitsnoer voor 230 volt. Met rubber dat bij vorst soepel blijft. Ophangen, zodat het niet aan de grond vastvriest.
  • Ventilatorkacheltje. Als bij- of noodverwarming als er 230 volt beschikbaar is. Let wel op het maximumvermogen van de aansluiting.
  • Sneeuwschep. Voor het uitgraven of de weg vrijmaken. Ook een stevig exemplaar voor bevroren sneeuw.
  • Bezem. Een zachte, onder andere om sneeuw van ruiten en zonnepanelen te vegen.
  • Föhn (230 V). Kan nuttig zijn bij bevriezing van portiersloten, kranen etcetera.
  • Noodvoedsel. Vooral drinken voor bij geval van insneeuwen of in de file.
  • Verwarmingsmat (230 V). Tegen koude voeten, vooral in busjes en oudere campers zonder dubbele vloerconstructie.

Vorstschade voorkomen

Het is raadzaam bij elke winterse reis er rekening mee te houden dat het kan gaan vriezen. Want eenmaal bevroren apparatuur is niet zomaar weer ontdooid. Vaak lukt dat alleen na uren verwarmd stallen. En dan maar hopen dat er geen blijvende schade is ontstaan. Alles waar water in zit - vergeet toilet en limonadefles niet - loopt bij vorst gevaar.

Vooral alles wat buiten het verwarmde woongedeelte zit, verdient aandacht, zoals de afvalwatertank, wateraftapkranen en dergelijke onder de auto. Maar ook alles binnenin de camper: wat op koude plekken ondergebracht is, loopt risico. Omdat alles bevriezingsgevaar loopt als de verwarming het begeeft, is het verstandig om van tevoren een noodoplossing te bedenken. In elk geval tijdig water aftappen, want als het eenmaal vriest, kan het te laat zijn. Vergeet daarbij niet de restjes in de waterpomp, zwanenhalzen, stankafsluiters en dergelijke. Soms is het handiger om alleen water in een losse jerrycan mee te nemen.

Echte wintercampings hebben vaak speciale voorzieningen, zoals de verhuur van grote gastanks, verwarmde ruimtes voor het drogen van skikleding, verwarmde toiletruimtes en een huiskamer. Vaak hebben wintercampings waterafvoer ter plekke, zodat de tankafvoerkraan open kan blijven. Het afvalwater opvangen in een emmer of bak en die steeds legen, kan natuurlijk ook. Overigens er kan dan ook ijsafzetting in de leiding ontstaan. Kranen en leidingen omwikkelen met elektrisch verwarmingband is ook een oplossing.

Voor wie voor het eerst gaat winterkamperen kunnen de gezamenlijke wintersportreizen van de NKC een goede startoptie zijn. Kijk ook in het instructieboek van de kampeerauto wat er over wintergebruik geschreven staat of vraag het aan de dealer. Voor winterkampeerders kan een voortentje de moeite waard zijn. Kortom, met wat voorbereiding kan je ook 's winters veel plezier aan de camper beleven, want het valt doorgaans allemaal erg mee. 

Wil je weten hoe je de camper klaarmaakt voor de winterstalling? Bekijk dan onderstaande video