Winterbanden

Bandentests hebben aangetoond dat winterbanden bij koude temperaturen, in het bijzonder bij sneeuw en ijs, meer veiligheid bieden dan nieuwe zomerbanden. Uit het oogpunt van verkeersveiligheid is het dan ook raadzaam tijdens de winter(vakantie) op winterbanden te rijden.

Twee of vier winterbanden?

Als je alleen op de aangedreven vooras winterbanden monteert en de zomerbanden behoudt op de achteras, ontstaat er een duidelijk verschil in profilering. Omdat het profiel zorgt voor afvoer van sneeuw, hebben de voorbanden een betere afvoer en daardoor een beter contact met de weg dan de achterbanden. Door dit verschil kunnen er problemen ontstaan, vooral in bochten of bij een plotselinge uitwijkmanoeuvre.

Het is bovendien ook niet uitgesloten dat de achteras onder deze omstandigheden uitbreekt en de camper de bocht uit vliegt. Door heel voorzichtig te rijden, is met goed sturen het een en ander te compenseren, maar om verrassingen uit te sluiten is het veiliger om met vier winterbanden te rijden.

Waaraan herken je een winterband?

Zie je het 3PMSF logo (3 Peak Mountain Snow Flake) dan heb je te maken met een winterband of 4-seizoenenband. 
3pmsf symbol

Op oudere winterbanden stond soms nog alleen M+S (Mud & Snow).

Verplichtingen per land staan bij de landeninformatie. 

Bandenspanning winterband

‘s Winters heeft de druk in de band een lagere waarde. Dit komt omdat lucht krimpt door de kou. Bij elke daling van 10° C, daalt de druk met ongeveer 0,1 bar. Dat betekent gelukkig niet dat de band opeens een veel te lage bandenspanning heeft.

Een band die bij een omgevingstemperatuur van 20° C is opgepompt tot 4,0 bar, heeft volgens de manometer bij een omgevingstemperatuur van 10° C een druk van ongeveer 3,9 bar. Het is dus niet nodig om de banden 's winters meer druk te geven.

Controleer zo mogelijk de druk bij een gemiddelde temperatuur van zo'n 20° C en houd de door de autofabrikant aanbevolen bandenspanning aan. De banden moeten tijdens controle koud zijn. 

 

Profieldiepte winterband

In Nederland is een minimale profieldiepte van 1,6 mm verplicht, ook voor de winterband. Ga je de grens over, dan kan dat anders liggen. In veel landen wordt 4 mm als minimale diepte verlangd. De NKC adviseert daarom die 4 mm aan te houden.

Tip: bekijk de overzichtskaart van de VACO waar per land de regelgeving wordt aangegeven.

Winterbanden in de zomer

Bij hoge temperaturen nemen de prestaties van winterbanden snel af, bij vijfendertig graden Celsius gemiddeld met zo'n dertig procent. Daarnaast zorgt het rijden in de zomer ervoor dat de temperatuur van de winterband snel kan oplopen. Hoge temperaturen zijn funest voor de band en zorgen voor snelle inwendige slijtage van de band, met kans op een klapband. Ook het loopvlak slijt sneller.

Wat betreft verkeersveiligheid springt de remweg het meest in het oog. Uit een onderzoek bij personenauto's, blijkt dat zomerbanden buiten winterse omstandigheden een aanmerkelijk kortere remweg hebben. Met winterbanden is remmen op een droog wegdek een stuk lastiger. Het profiel van de winterband, dat feitelijk voor sneeuw is ontworpen, vormt hier een nadeel.
Toch kan niet worden gezegd dat er met winterbanden in de zomer niet veilig te rijden is. In de zomer zijn er namelijk veel minder kritieke rijomstandigheden. Deze zijn over het algemeen veel beter in te schatten dan in de winter en het is makkelijker om met aangepast rijgedrag te anticiperen op gedragingen van andere weggebruikers. Met winterbanden de zomer door kan dus wel, maar ideaal is het niet.

Sneeuwkettingen

Ga je op wintersport? Neem dan altijd sneeuwkettingen mee. Op wegen naar skioorden kan het gebruik van sneeuwkettingen verplicht zijn. Dit wordt door verkeersborden kenbaar gemaakt.