Gasinstallatie - Gas in de camper


Inhoudsopgave - Gasinstallatie


Gas in de camper

Wat gaat er in de fles

In de camper worden de gassen butaan, propaan en LPG gebruikt als brandstof voor koken, verwarmen en koelen. LPG is een mengsel van butaan en propaan. Deze handelsgassen met UN nummer worden in vloeibare vorm opgeslagen.

Butaan
Butaan wordt met name in de recreatie gebruikt in de camper en caravan om bijvoorbeeld mee te koken.

Butaan is ongeveer twee keer zo zwaar als lucht. Vandaar de noodzaak om onderventilatie te voorzien voor de veiligheid. Doordat het zwaarder is dan lucht, kan het zich bij onvoldoende ventilatie laag bij de grond ophopen waardoor een gevaarlijke situatie kan ontstaan.

Het kookpunt van butaan is -0.6°C. Vanwege dit kookpunt dient men bij kamperen in de winter, of bij temperaturen lager dan 5°C, te kiezen voor propaan dat een lager kookpunt heeft.

Propaan
In Nederland worden gasflessen voornamelijk gevuld met propaan. Propaan wordt in gasflessen en voor bulktanks verkocht als brandstof voor koken, stoken en voor de warmwatervoorziening.

Propaan is ruim anderhalf keer zo zwaar als lucht. Vandaar is er, net als bij butaan, de noodzaak om onderventilatie te voorzien voor de veiligheid. Doordat propaan zwaarder is dan lucht, kan het zich bij onvoldoende ventilatie laag bij de grond ophopen waardoor een gevaarlijke situatie kan ontstaan.

Het kookpunt van propaan is -42°C. Door dit kookpunt is het bij uitstek geschikt voor winterkamperen.

LPG
LPG (Liquefied Petroleum Gas) bestaat hoofdzakelijk uit een mengsel van butaan en propaan. Wordt vooral toegepast voor aandrijving van voertuigen maar, vanwege de goede verkrijgbaarheid in veel landen, komt het steeds meer voor als brandstof in de camper.

Hoewel in 2010 de accijns op LPG voor alle toepassingen gelijk getrokken is mag in Nederland LPG voor huishoudelijk gebruik niet getankt worden bij een (auto)tankstation.

Ook al zijn LPG tanks geleverd voor huishoudelijk gebruik, qua constructie gelijkwaardig aan die van de autogastank.

Wat mag er in de gashouder

Op de gashouder wordt aangegeven met welk mengsel van gassen gevuld mag worden.

  • Mengsel A (handelsnaam butaan) – de houder mag alleen met mengsel A gevuld worden.
  • Mengsel C (handelsnaam propaan) – de houder mag met mengsel C maar ook met mengsel A gevuld worden.

De gashouder wordt tot ca 80% gevuld met vloeibaar gas, de resterende ruimte boven de vloeistofspiegel, ca 20%, bevat gas in dampvorm. Een ingeschakelde verbruiker onttrekt gas in dampvorm uit de drukhouder.