De motor en overbrenging - Distributieketting


Inhoudsopgave - De motor en overbrenging


Distributieketting

Inleiding

Bij de distributieaandrijvingen zit de getande riem buiten de motor geplaatst en de ketting in de motor. De tandriem loopt droog en de ketting wordt door olie gekoeld en gesmeerd.

Bij alle typen distributieaandrijvingen is er geleiding nodig met rollen of glijschoenen. Meestal is er een automatisch werkende spanner die voor voorspanning zorgt in de getande riem of ketting. De riem of ketting blijft dan als het ware strak gespannen.

Is de voorspanning te gering dan heeft het ongewenste trillingen en daardoor bewegingen van de riem of de ketting, tot gevolg. Daarbij treedt slijtage op. Een getande riem kan zelfs een tand of meer verspringen waardoor de zuigers de kleppen raken.

Drie typen kettingen

Er zijn hulzen-, rollen- en tandkettingen. De hulzenketting is zeer slijtvast omdat het dragende oppervlak groot is. Dat maakt dit type ketting tot een ideale dieselketting. Het aandrijven van een verdelerpomp of hoge drukpomp bij Common-Rail vraagt nogal flink vermogen. De trekkracht in de ketting is dan ook zeer hoog.

De rollenketting heeft dankzij de rol een dubbele geluiddempende en smerende oliefilm. Ondanks het kleinere dragende oppervlak is de levensduur gelijk aan of zelfs langer dan die van een hulzenketting.

De tandketting werkt geruisloos. Dat komt door de vorm van de plaatjes. Helaas is deze tandketting nogal zwaar en is het dragende oppervlak slechts de helft van dat van een hulzenketting.

Kettinggeleiding en -spanning

Met het oog op de geluidsontwikkeling en de levensduur is het van belang dat de ketting geen ongewenste bewegingen heeft. Vandaar dat er glij- en spanschoenen zijn aangebracht. De spanschoenen zitten in het slappe deel en worden hydraulisch gespannen en gedempt.

Levensduur

De kettinggeleiding en de spanrol moet de hele levensduur functioneren. Maar ook de ketting, de tandwielen, de geleiders en de spanners kunnen slijten. Dit uit zich ondermeer in het langer worden van de ketting. Met als gevolg dat de voorspanning verandert en daardoor ook de stand van de nokkenas(sen). De kleptiming verandert daardoor en de motor gaat slechter lopen. Het is zelfs mogelijk dat de distributie een tandje verspringt. Fabrikanten van kettingen stellen als grens: 0,3 tot 0,5% verlenging over 300.000 km.

Van belang is dat de intervallen voor het onderhoud en olieverversing in acht zijn genomen. Bij niet tijdig olieverversen en vervangen van het oliefilter zal de ketting en bijbehorende onderdelen, sneller slijten en dus eerder aan vervanging toe zijn. Een ernstige slijtage kan al bij 100.000 km optreden. Soms is preventieve vervanging dan noodzakelijk. Dat geldt uiteraard ook voor de tandwielen.

Een indicatie van een versleten distributie met kettingaandrijving is een licht gerammel en geratel aan de distributiekant. Bij aanschaf van een gebruikte kampeerauto is de vraag dan ook aan de verkoper wat voor distributieaandrijving de motor van de betreffende basisauto heeft en wat het onderhoudsverleden van de kampeerauto is.