• 65.000+ leden
  • Onderweg met de camper
  • Ontdek routes, kennis & inspiratie
Per camper het peloton achterna

In het spoor van de Tour de France

Drie weken in het spoor van de legendarische Tour de France: elke dag renners zien tijdens de rit of bij de start of finish, zelf ook dagelijks een stuk fietsen en uiteraard per dag zo’n tweehonderd kilometer camperrijden om de karavaan bij te houden … Het wordt een inspannende exercitie.

de weg naar boven

Via Goboony huur ik een Volkswagen T5 met precies wat ik nodig heb: een zonnepaneeltje, een buitendouche en een fietsendrager. Gewapend met de Officiële Tour de France Gids met daarin alle kaarten en schema’s
ben ik klaar voor de drieduizend kilometer die de Tour de France meestal lang is, nog buiten de kilometers naar de start in Frankrijk en na afloop weer naar huis.

Eind juni haal ik mijn camperbusje op en in twee dagen reis ik naar het beginpunt van de Tour. Die heeft zijn eigen bewegwijzering. Aan de invalswegen van elke startplaats staan steeds dezelfde richtingborden: naar de start, naar het podium, naar het VIP-dorp, naar het perscentrum, naar parkeerplaatsen voor geaccrediteerde voertuigen, en naar voor Tourvoertuigen gereserveerde tankstations. De voor mij leukste richtingwijzer is die naar de paddocks d’équipes, waar de teambussen parkeren. Wielrennen staat bekend als een van de meest benaderbare sporten en dat klopt: als je op tijd bij de bussen bent, kun je de renners van heel nabij gadeslaan. Vaak sta ik naast journalisten en camera- en geluidsmensen en kan ik meeluisteren met de interviews die ze met de renners opnemen.

Menigte boven op berg

Mijn grootste uitdaging blijken de uitgebreide wegafsluitingen. Een uur voor doorkomst van de reclamekaravaan sluit de Franse gendarme de weg af voor alle verkeer en is alle discussie met de politie hierover volkomen zinloos. Als ik onverhoopt op een wegafsluiting stuit, zit er niks anders op dan mijn camper langs de kant te zetten en met andere toeschouwers te wachten tot de reclamestoet en daarna het rennerspeloton voorbij stuiven. Eigenlijk geen probleem, want ook dit wil ik meemaken.

Bonte karavaan

Gele richtingborden geven de route van elke etappe aan. Ze worden na afloop opgehaald, maar zijn blijkens de vele exemplaren op camperdashboards ook een gewilde prooi voor souvenirjagers. Maar voor mij zijn de roze pijlen belangrijker, die de koers buiten de route markeren. Ze zijn er voor de talloze Tour-voertuigen die niet de wedstrijd volgen, maar wel zo snel mogelijk naar de finish moeten rijden. Vaak gaat de route deels over tolwegen. Niet de meest toeristische route, maar wel de efficiëntste als de dag toch al zo vol is. Er rijdt een bonte karavaan aan vrachtwagens met materiaal, zendwagens van de televisie, auto’s met journalisten en ik ben lang de enige niet die met een camper rijdt.

de weg naar boven

Spectaculaire massasprint

De Tour volgend, voel ik me dan ook niet snel eenzaam. Ik spreek onderweg tientallen mensen, onder wie een zekere Mark, een Amerikaan uit South Carolina, die bij Saint-Michelle-de-Maurienne zijn camper naast die van mij zet. Als enthousiaste amateurwielrenner wilde hij wel eens een hele wielerzomer in Europa meemaken, dus is hij eind maart naar Nederland gevlogen, heeft daar een Laika-camper gekocht en volgt nu alle beroemde wielerkoersen die hij in de VS alleen van de televisie kent: eerst de openingskoers Milaan-San Remo, daarna alle Belgische klassiekers, toen de Ronde van Italië, nu de Tour en straks nog de Olympische Spelen, het Wereldkampioenschap en de Ronde van Spanje. Hij raakt er niet over uitgepraat.

Het blijkt lastig om tijd te vinden voor mijn voornemen om zelf ook dagelijks een stukje te fietsen. Ik wil zo’n vijftig kilometer fietsen, wat met omkleden en douchen ongeveer drie uur kost. Dat betekent dat het haast niet te doen is om zowel de start rond 12.00 uur mee te maken en ook het finishen, met vaak een spectaculaire massasprint, tegen 17.30 uur. Te meer omdat ik elke dag 100 tot 250 kilometer moet rijden naar de volgende locatie van de Tour. Toch is geen dag gelijk. De start, de finish, een tijdrit, een bergetappe, kijken bij de teambussen, de spectaculaire logistiek, het publiek langs de kant, de mensen die ik ontmoet, het rijden door vele delen van Frankrijk waar ik nog nooit ben geweest en elke dag zelf een stuk fietsen in nieuw terrein: het is heel gevarieerd en precies wat ik gehoopt had.

Inspiratiegids De Lage Landen Inspiratiegids

Inspiratie voor je volgende campertrip

De mooiste ontdekkingen liggen dichterbij dan je denkt. De Lage Landen zitten vol verrassingen en deze gids neemt je mee langs deze plekken. 192 pagina’s vol praktische tips voor routes en overnachtingen, speciaal voor camperaars.

east
Meer info of bestellen

Vliegtuigdeur

In gesprekken met medecamperaars merk ik dat er maar weinig mensen zijn die net als ik de hele Tour volgen: de meeste volgen het evenement hooguit een paar dagen en dan vooral de bergetappes. Het overgrote deel komt overigens uit Frankrijk, maar ook Britten, Belgen, Duitsers, Denen en Noren zijn van de partij, terwijl  Nederlanders in de minderheid zijn. Maar waar ze ook vandaan komen: bijna allemaal vertonen ze hetzelfde gedrag na het passeren van de laatste renner en de bezemwagen. Hetzelfde fenomeen als bij het landen van een vliegtuig: iedereen staat meteen op en gaat in het gangpad staan, lang voordat de vliegtuigdeur geopend is. In de Tour springt iedereen meteen in zijn camper of auto, start de motor en probeert weg te rijden, terwijl de gendarmes de weg nog helemaal niet vrijgegeven hebben. Er ontstaat meteen een verkeersinfarct van kolossale proporties. Al snel heb ik door dat dit het juiste moment is om even in de camper te lunchen, alvast het avondeten klaar te maken of plannen te maken voor de volgende dag. Daarna kan ik ongehinderd wegrijden.

kluitje campers

Gedeelde ervaring

Hoogtepunten vormen de drie hoogste bergen van deze Tour, die ik zelf met de fiets beklim, om zo de renners op de top te kunnen toejuichen. Dit zijn de Col du Galibier van 2.642 meter, de Col du Tourmalet van 2.115 meter en de Col de la Bonette van 2.802 meter hoog. Drie forse klimmen van 20 tot 25 kilometer lang, met  stijgingspercentages tot 12 procent. Mijn aanpak is steeds dezelfde: ik zet de camper rond 9.00 uur aan de voet van de berg, aan de kant waar de renners later die dag omhoog gaan, en begin aan de klim. Samen met honderden andere amateurfietsers zwoeg ik naar boven, langs rijen campers die een plekje langs de weg hebben veroverd en aangemoedigd door duizenden toeschouwers. Een unieke gedeelde ervaring.

kijken naar de renners

Op de voorlaatste dag daal ik af naar Nice, de finishplaats voor deze Tour. Op de Promenade des Anglais, de beroemde zeeboulevard, zie ik een vrije plek, vlak bij het traject van de afsluitende tijdrit. Dat blijkt geen goede keus: Nice is dit weekend overvol en op deze uitgaansavond trekt de hele nacht een parade van rumoerige feestgangers en razende auto’s vlak langs mijn camper. Het is benauwd en warm, maar een raam of deur openzetten is geen optie. Van pure ellende steek ik uiteindelijk met m’n slaapzak de weg over en probeer te slapen op het kiezelstrand. Maar bij het ochtendgloren ben ik geradbraakt.

Voor de thuisreis neem ik drie dagen. Eindstatistiek na 26 dagen: 5.400 kilometer met de camper, 1.045 kilometer op de fiets, daarbij 15.938 hoogtemeters geklommen en 5 kilogram afgevallen.

Dit verhaal verscheen eerder in Kampeerauto 4-2025.

Geschreven door: Karel Margry
Deel artikel