Met de camper naar het wielermekka in Italië

Fiets je eigen Strade Bianche

Niet voor niets is de Italiaanse Strade Bianche een van de beroemdste wielerkoersen ter wereld. Fiets vanuit zes sfeervolle dorpen door een landschap vol witte wegen, geschiedenis en wijn. Met je camper als uitvalsbasis beleef je deze wereldberoemde gravelkoers in je eigen tempo.

De Italiaanse Strade Bianche is misschien wel de mooiste én zwaarste wielerkoers van het vroege voorjaar. Ruim 180 kilometer lang slingert de koers over Toscaanse grindwegen — de beroemde ‘witte wegen’ — door glooiende heuvels en charmante dorpjes. Natuurlijk kun je de koers met de camper bezoeken en genieten van de sfeer langs het parcours. Maar nóg leuker is het misschien wel om zelf in de voetsporen van de profs te treden. Pak je e-bike, gravelbike of mountainbike en fiets die legendarische, uitdagende route zelf – een ervaring om nooit te vergeten.

Landschappen om bij weg te dromen

De route loopt door de betoverende regio’s Chianti, Crete Senesi en Val d’Orcia, stuk voor stuk landschappen om bij weg te dromen. Dit artikel neemt je mee naar zes van de leukste dorpen langs de Strade Bianche, waar je kunt overnachten met de camper. Bij ieder dorp vind je bovendien suggesties voor fijne fietsroutes. Omdat het parcours elk jaar een beetje verandert en het vooral draait om de beleving van fietsen in de Strade Bianche-regio, volg je niet altijd precies de officiële route – maar geniet je juist van de mooiste stukken en de sfeer van het gebied.

Tijd voor sport én ontspanning

En het fijne is: van al dat fietsen krijg je natuurlijk reuze honger. Gelukkig zijn er onderweg genoeg plekken waar je niet alleen je energie bijtankt, maar ook volop proeft van het goede Italiaanse leven. In elk dorp delen we daarom minstens één smakelijke tip — van dorpsosteria tot uitzichtterras met een glaasje lokale wijn. Vanuit Utrecht ben je er in ongeveer 13 uur rijden, perfect voor een culinair fietsavontuur. Klaar om zelf de Strade Bianche te ervaren?

fietsen italie camper

Siena

Als er één plek is die de Strade Bianche ademt, dan is het wel Siena. In dit sfeervolle middeleeuwse stadje vindt altijd de start én de finish van de race plaats. En wat voor finish. Hier moeten de renners na uren afzien nog eens alles geven in de laatste steile klim van een kilometer door smalle straatjes om uiteindelijk onder luid gejoel van de menigte op het Piazza del Campo over de eindstreep te komen. Zelfs buiten de koers voel je hier de iconische wielersfeer. Overnachten doe je op camperplaats Il Fagiolone, net buiten de stad. Vanaf hier stap je op de fiets voor een rondje van zo’n 45 kilometer via Vagliagli naar Radda. De route loopt deels over witte gravel en onderweg lonken de Chianti-wijngaarden (ideaal voor een stop). Bijtanken doe je ’s avonds in de gewelvenkelder vol sfeer van La Taverna di San Giuseppe met een huisgemaakte lasagne.

Foto Piazza del Campo in Sienna

Asciano

De volgende stop op jouw dolce-vita-wielerroadtrip is Asciano, bekend van een paar legendarische secties van de Strade Bianche. Het middeleeuwse dorpje ligt in het hart van het kenmerkende Crete Senesi-gebied, dat vaak wordt omschreven als maanlandschap. De kleibodem zorgt voor de kleur, het opvallende uiterlijk en stoffige witte wegen. Vanaf de lokale camperplaats start jouw fietsavontuur (58 kilometer) richting het oosten over de beruchte sector 8 van de Strade Bianche. Dit deel leidt over 11,5 kilometer aan witte gravelwegen, met steile klimmetjes (tot 18%) en schitterende vergezichten. Via Arbia en Vescona rijd je zuidwaarts richting Chiusure en San Giovanni d’Asso. Daarna buig je af richting sector 6, ook wel de koningin van de Strade Bianche genoemd omdat het de langste onverharde strook van de wielerklassieker is. Deze witte weg leidt door verlaten heuvels en akkers, minder zwaar dan sector 8 maar minstens zo fotogeniek. Eenmaal weer terug in Asciano wil je nog maar één ding: eten. Schuif aan in het familierestaurantje La Mencia voor de klassieker tagliatelle met eekhoorntjesbrood.

Camperplaats Strade Bianche

Buonconvento

Je daalt met de camper verder af naar het zuiden om aan te komen in het lieflijke dorpje Buonconvento. Hier proef je de typische Toscaanse sfeer zonder de toeristendrukte. Binnen de oude stadsmuren vind je een sfeervol centrum met terracotta huizen, smalle straatjes en gezellige pleintjes. Net buiten de muren parkeer je de camper op de gratis camperplaats met vijf plekken. Haal de fietsen van de drager en het avontuur van de zuidelijke Strade Bianche kan beginnen. Je rijdt via de witte wegen naar Murlo over sector 9. Je trapt door dichte bossen en over oude pelgrimsroutes. Na een koffiepauze op het sfeervolle dorpsplein klim je verder over gravelstroken richting La Befa en Radi — klassiek Strade Bianche-terrein van sector 10. Via Vescovado di Murlo rol je weer richting Buonconvento. Na 55 kilometer in de benen smaakt het diner extra goed bij Osteria da Dante. Proef de trots van de streek met Cinta Senese ham, laat je verleiden door een rijke wildragout… of doe jezelf een plezier en probeer gewoon allebei. Dat heb je wel verdiend!

Montalcino

De derde camperstop is Montalcino, een fotogeniek stadje bovenop een heuvel in Zuid-Toscane. Omringd door wijngaarden, olijfbomen en cipressen kijk je uit over de Val d’Orcia. Montalcino staat vooral bekend om zijn Brunello, een van de beroemdste rode wijnen van Italië. Binnen de oude stadsmuren dwaal je door steile straatjes, wijnbars en kleine winkeltjes. Vlak buiten het centrum ligt een camperplaats als uitvalsbasis voor je bezoek en fietsrit (55 kilometer). Vanuit hier rijd je zuidwaarts de Val d’Orcia in, met een mix van stille witte wegen en glooiende asfaltstroken. Je pakt onder andere de gravelklim richting Castiglion del Bosco, bekend uit Strade Bianche (vaak gebruikt als trainingslus en als koersroute bij eerdere edities). Daarna draai je af naar Sant’Angelo in Colle, een klein wijndorpje met uitzicht op de Monte Amiata. Via Castelnuovo dell’Abate en een lus rond de abdij van Sant’Antimo klim je terug naar Montalcino. Bij Taverna del Grappolo Blu wacht een bord huisgemaakte ravioli met truffel. Extra tip: proef de Brunello bij een wijnhuis zoals Poggio Antico of Castello Banfi — met fantastisch uitzicht.

Wielrenners uitzicht Italie

Castelnuovo Berardenga

Terug naar het noorden arriveer je na ongeveer een uurtje rijden in Castelnuovo Berardenga. Dit rustieke dorpje ligt precies op de overgang tussen twee iconische Toscaanse landschappen: de ruige, kale kleiheuvels van de Crete Senesi en de groene, ordentelijke wijngaarden van de Chianti. Het dorp zelf is klein en rustig, met een ommuurd centrum, een gezellig dorpsplein en een handvol restaurants waar je lokale wijnen en boerenkeuken proeft. In wielerkringen is het beroemd door de Monte Sante Marie-sector, een van de zwaarste en mooiste gravelstroken van de Strade Bianche, waar de koers vaak openbreekt. Perfecte plek dus voor jou om te starten aan jouw eigen versie. Helaas hier geen camperplaats, dus jouw avontuur begint vanaf San Gusmè, waar je overnacht op de lokale parkeerplaats. Via rustige gravelstroken bereik je de beroemde Monte Sante Marie (sector 11), een ruige strook van bijna 12 km vol korte klimmen, spectaculaire uitzichten en pure koerssfeer. Je slingert via Monteaperti en glooiend asfalt terug richting San Gusmè, met optioneel een wijntje onderweg bij een lokale fattoria. Of plof na 50 kilometer, als je weer terug bent in San Gusmè, neer op het terras van Osteria Sira e Remino voor een betaalbaar, voedzaam en lokaal gerecht.

Gaiole in Chianti

Gaiole in Chianti is de laatste halte op jouw sportieve camperavontuur in de wielersporen van de Strade Bianche. Rondom dit Chianti-dorpje loopt het noordelijkste deel van het parcours van de wielerklassieker. Bovendien is het bekend van een andere fietstocht waar je alleen aan mee mag doen op een vintage fiets: L’Eroica. Deze tour in het najaar is een waar spektakel om te zien, maar ook op andere momenten kun je hier natuurlijk prima fietsen. Het dorp ademt pure fietscultuur: overal zie je vintage koersfietsen, wielershirts en cafés vol oude wielerfoto’s. In het compacte centrum vind je een paar gezellige terrasjes, een goede wijnbar en een handvol osteria’s waar je lokale pici, wild en Chianti-wijnen proeft. De lokale camperplaats is het ideale startpunt voor je fietstocht (40 kilometer). Klim via witte wegen naar het schilderachtige Vertine. Vanaf daar volg je glooiende gravelstroken richting Castello di Brolio met een fraaie klim (2 kilometer, 6%) tussen de wijnranken. Pauzeer kort bij het kasteel voor uitzicht over Siena. Daarna rol je door naar San Regolo en Castagnoli, met afwisselend gravel en asfalt. Het slotstuk is een mooie afdaling terug naar Gaiole. Of is het echte slotstuk het diner bij Osteria del Borgo Casa Al Vento? Bij deze charmante osteria geniet je rustig van authentieke Toscaanse gerechten in een huiselijke sfeer.

Wielrenner Oude fiets Italie

Totaalsom camperrondje:

Totaal camperafstand: 175 kilometer
Dagelijkse fietsroutes: 30-60 km zonder overlap, mix van gravel, wijn en cultuur
Beleving: van wereldstad naar stille heuvels, ultiem Toscanegevoel.

Ciao!

Klaar om de fietsen op de drager te gooien en plankgas naar Italië te scheuren? Check nog even de pagina Met de camper naar Italië voor praktische tips. Bijvoorbeeld over regelgeving omtrent een fietsendrager in het land. Wel zo handig!

Geschreven door: Rosanne Vriend

Rosanne Vriend heeft al ruim vijftien jaar camperervaring in the pocket. Ooit maakte ze als vaste medewerker van NKC kennis met het camperleven. En dat smaakte naar meer... Ondertussen heeft ze er al heel wat camperavonturen op zitten: van een maand door de Verenigde Staten tot wintersport in de Alpen, hiken in Slovenië en heel veel citytrips. Ze neemt je graag mee op haar camperreizen.

Deel artikel