De 5 grootste nationale parken van Italië waar je campert in rust

Ben je helemaal dol op Italië én sta je het liefst met de camper midden in de natuur? Dan hebben we vijf goed bewaarde geheimen voor jou. Wist je dat er maar liefst vijf nationale parken zijn in Italië met meer dan duizend vierkante kilometer aan ongerepte natuurpracht? NKC neemt je mee op camperreis door de Italiaanse wildernis.

De meest beroemde natuurgebieden van Italië ken je waarschijnlijk wel. Van de Amalfikust, Cinque Terre en de Dolomieten heb je zeker weleens gehoord. Stuk voor stuk prachtige gebieden, maar omdat ze zo populair zijn en niet allemaal even groot, kan het er al gauw druk worden. Zeker op momenten dat de Italianen zelf ook vrij zijn. Want dan genieten ze heel graag in grote getalen – logisch ook – van hun eigen natuurlijke pareltjes. De gebieden die wij hebben geselecteerd zijn stuk voor stuk veel minder druk omdat ze zo groot zijn en soms wat meer afgelegen. In de meeste gevallen zijn het zuidelijke parken, waardoor je er wat lastiger komt met de camper vanuit Nederland. Maar beloofd: als je de moeite neemt helemaal tot beneden in de Italiaanse laars te reizen, wacht een Italiaans sprookje dat je nog niet kende. Laat je verrassen!
We hebben de grootste nationale parken van Italië voor je op een rijtje gezet met ieder twee overnachtingsplekken voor campers. Uiteraard zijn er nog veel meer te vinden. De natuurgebieden zijn beschreven van noord naar zuid.

1. Nationaal park Stelvio – Stilfser Joch 

Tussen woeste gletsjers en grazende gemzen ontvouwt zich het Nationaal Park Stelvio – Stilfser Joch, met ruim 1.300 vierkante kilometer een reus onder de Italiaanse parken. Het park ligt in het uiterste noorden van Italië, verspreid over Lombardije, Zuid-Tirol en Trentino. De natuur loopt zelfs door over de grens met Zwitserland, waar het ook als nationaal park is beschermd. Met hoogtes van 700 tot 3.905 meter is het bij uitstek een gebied voor berggeiten – van groene dalen tot de bevroren pieken van de Ortles Cevedale. Hier leven steenbokken, marmotten en zeearenden, en op 3.500 meter bloeien nog ijskoude alpenbloemen. Je wandelt er niet alleen door ruige natuur, maar ook langs resten van loopgraven en forten uit de Eerste Wereldoorlog. Het park is dan ook enorm geliefd bij bergwandelaars vanwege de ongerepte natuur en het grote aantal gemarkeerde hikes (totaal 1000 kilometer). En voor fietsfanaten lonkt de legendarische Stelviopas (2758 meter) met zijn haarspeldbochten. Maar wist je dat je deze ook met de camper kan rijden? Een waar spektakel voor als je niet bang bent aangelegd en goed kan manouvreren! Je kan zelfs bovenop de pas overnachten in je camper op de parkeerplaats. Maar houd er rekening mee dat het ’s nachts zelfs in de zomer kan vriezen. Sta je liever wat lager? In de vallei Val di Sole, aan de oostelijke kant van het park, ligt de gelijknamige camping op zo’n 1250 meter hoogte. Hier parkeer je jouw camper met uitzicht op de met dennen begroeide bergen waar tal van wandelroutes wachten.

Nationaal Park Stelvio Italië

Agnes Monkelbaan (CC BY-SA 4.0) via Wikimedia Commons

2. Nationaal park Gran Sasso e Monti della Laga 

In de Appenijnen ligt het Nationaal Park Gran Sasso e Monti della Laga, met zijn 1.413 vierkante kilometer een knoepert van een natuurgebied. Het spaarzaam bewoonde park biedt een adembenemend landschap: steile kalkbergen, uitgestrekte bossen, kristalheldere meren en pittoreske bergdorpjes. De Corno Grande (2.912 meter), de hoogste piek van de Apennijnen, torent boven alles uit, terwijl de zuidelijkste gletsjer van Europa, de Calderone, een ijzige verrassing biedt. Wandelaars, fietsers en winterliefhebbers vinden hier hun paradijs: van uitdagende routes en canyonavonturen tot skiën en sneeuwschoenwandelen. Tussen de natuurverschijnselen en bergpassen schuilen ook zeldzame bewoners: de Marsicaanse bruine beer, de Apennijnse wolf en kleurrijke bergbloemen zoals edelweiss. Rustzoekers ontdekken serene valleien en eeuwenoude dorpjes waar tijd lijkt stil te staan. Gran Sasso is puur, groots en ongerept, een kant van Italië die je nog niet kende. Met de camper sta je zonder voorzieningen maar wel in een vijfsterren landschap bij Refugio Mucciante. Het uitzicht op de grassige vlakte en in de verte de bergen is fenomenaal; niet voor niks wordt dit ook wel klein Tibet genoemd. Bij de berghut/slager haal je verukkelijk vlees dat je zelf buiten op de barbecues grillt. Het beste kom je op een doordeweekse dag, dan heb je de plek (bijna) voor jezelf. Nog zo’n mooie camperplek vind je aan één van de meren van het nationale park: het Meer van Campotosto. Als de zon opkomt kijk je met je mok dampende koffie naar het verkleurende landschap.

Cristina Morettini 95 (CC BY-SA 4.0) via Wikimedia Commons

3. Nationaal park Matese

Verborgen in het zuidelijke deel van Italië, tussen Campania en Molise, ligt het jongste nationale park van Italië, Nationaal Park Matese. Eerder was het een regionaal park, sinds 2024 valt het park als 25e onder de nationale parken van Italië. De 1.000 vierkante kilometer van het park strekken zich uit over ruige kalkbergen, glooiende plateaus en uitgestrekte bossen, afgewisseld met kabbelende bergbeekjes en stille valleien. Kleine, schilderachtige dorpjes zoals Bojano en San Gregorio Matese bieden een glimp van het authentieke bergleven, waar eeuwenoude tradities nog voelbaar zijn. Wandelaars kunnen kronkelende paden volgen naar panoramische uitzichtpunten of de toppen van de Matese-keten beklimmen, terwijl natuurliefhebbers de rijke flora en fauna ontdekken. Roofvogels cirkelen rond, wilde zwijnen en reeën dwalen door de bossen, en in het voorjaar kleuren de bergen door de bloeiende wilde bloemen. Het park heeft ook culturele verrassingen, zoals oude herdersroutes en archeologische sporen van vroegere bewoners. Matese is een plek van stilte, avontuur en ontdekking – een verborgen stukje Italië waar de natuur nog volop ademt. Ten zuiden van het park ligt camping en camperplaats Don Ciccio Rest & Ride met een boomgaard waar je naar hartenlust fruit mag plukken. Midden in de bergen van het nationale park vind je aan het einde van slingerweggetje boerderij en camperplaats Agriturismo Cooperativa Falode. Hier sta je volop in de schaduw van een beukenbos, midden in de natuur.

Oscar Vignone (CC BY-SA 4.0) via Wikimedia Commons

4. Nationaal park Cilento, Vallo di Diano e Alburni 

Tussen de drukte van de beroemde Amalfikust en de chaos van Napels ligt een groen geheim dat maar weinig reizigers kennen: het Nationaal Park Cilento, Vallo di Diano e Alburni. Met zijn 1.810 vierkante kilometer in het onbekende zuiden van Italië is het makkelijk verdwalen in het natuurgebied. Hier vind je ruige bergen, stille bossen en dan weer azuurblauwe baaien. Je wandelt er door de ‘Dolomieten van Campanië’, volgt de mysterieuze rivier de Bussento, duikt in mysterieuze grotten of dobbert bij Capo Palinuro met een bootje tussen zeegrotten en verborgen strandjes. Alsof dat nog niet genoeg is, stuit je zomaar op eeuwenoude tempels in Paestum of de middeleeuwse kloostergang van de Certosa di Padula. Paestum, ooit een bloeiende Griekse kolonie, herbergt drie van de best bewaarde Dorische tempels ter wereld. Samen met het bijbehorende museum, vol fresco’s en grafvondsten, geeft het een indrukwekkend inkijkje in meer dan 2500 jaar geschiedenis. Wil je op wandelafstand van deze meesterwerken overnachten? Dan sta je goed op de mooi verzorgde camperplaats Azienda Agricola Rizzo Giuseppe. Dieper in het bergachtige binnenland van het park is Agriturismo Ristorante Il rustico een mooie uitvalsbasis om de natuur verder te verkennen. Vanaf hier maak je een uitdagende wandeling naar een prachtige kloof. In de avond kom je bij met een lokaal diner om je vingers bij af te likken.

Muccio66 (CC BY-SA 4.0) via Wikimedia Commons

5. Nationaal park Pollino

Vergeet Amalfi, hier wacht het échte Italië: het Nationaal Park Pollino, met zijn enorme omvang van 1.925 vierkante kilometer is het grootste nationale park van het land. Hoe komt het dan toch dat je er waarschijnlijk nog nooit van hebt gehoord? Het ruige berggebied ligt diep in het zuiden en niet veel reizigers komen zo ver in de laars. Ook is de Italiaanse kust vaak dé trekpleister, terwijl het binnenland wordt vergeten. Allemaal niet erg, want des te meer rust, natuur en ruimte voor de avonturiers die wel met de camper naar Pollino komen. Het gebied ligt op de grens van Calabrië en Basilicata en strekt zich bijna over de volledige Italiaanse breedte uit, van de Tyrreense tot de Ionische Zee. In het nationale park wisselen imposante bergtoppen, diepe kloven, kabbelende rivieren en eeuwenoude bossen elkaar af. De beroemde Loricato-den, een dennenboom die nergens anders in Europa groeit, torent boven de valleien uit, terwijl in de Raganello-kloof avontuurlijke wandelaars door smalle ravijnen klauteren. Het park is ook rijk aan wilde dieren: steenbokken, wolven, adelaars en marmotten maken van elke wandeling een ontdekkingsreis. Fietsers en canyoners vinden hier uitdagende routes, terwijl rustzoekers hun energie opladen in stilte. Met de camper zijn er tal van mogelijkheden om hier lekker zen te staan. Bij bergrestaurant La Baita bijvoorbeeld, diep in het nationale park, sta je bijvoorbeeld op een prachtige weide zonder faciliteiten. Meer naar het westen vind je Agriturismo La Fontanella Cosenza waar je op één van de vijf terrassen staat met uitzicht op het bergpanorama. Geen drukte van verkeer, alleen de koeien, schapen en geiten komen ’s morgens langs op weg naar de wei.

Flippolis (CC BY-SA 4.0) via Wikimedia Commons

Geschreven door: Rosanne Vriend

Rosanne Vriend heeft al ruim vijftien jaar camperervaring in the pocket. Ooit maakte ze als vaste medewerker van NKC kennis met het camperleven. En dat smaakte naar meer... Ondertussen heeft ze er al heel wat camperavonturen op zitten: van een maand door de Verenigde Staten tot wintersport in de Alpen, hiken in Slovenië en heel veel citytrips. Ze neemt je graag mee op haar camperreizen.

Deel artikel