Passagiersvervoer - Autogordel


Inhoudsopgave - Passagiersvervoer


Autogordel

Schema gebruik autogordel

Volg onderstaand schema voor het bepalen van de verplichte aanwezigheid van de autogordel.

Vraag 1. Staat op het kentekenbewijs het aantal zitplaatsen vermeld?

Ja. Dan is dat het aantal zitplaatsen dat tijdens het rijden gebruikt mag worden. 

Nee. Ga naar vraag 2.

 

Vraag 2. Is de kampeerauto gebaseerd op een bedrijfsauto of op een personenauto?
Bedrijfsauto
Ga naar vraag 3.
Personenauto
Ga naar vraag 4.

 

Vraag 3. Is de bedrijfsauto voor het eerst in het verkeer gebracht na 31 december 1997?
Ja. De naar achteren gerichte zitplaatsen en de in de lengterichting geplaatste zitplaatsen mogen tijdens het rijden worden gebruikt. De naar voren gerichte zitplaatsen mogen alleen tijdens het rijden worden gebruikt als ze van gordels zijn voorzien. Nee. Alle zitplaatsen mogen tijdens het rijden worden gebruikt.

 

Vraag 4. Is de personenauto voor het eerst in het verkeer gebracht na 30 september 2000?
Ja. De in de lengterichting geplaatste zitplaatsen mogen tijdens het rijden worden gebruikt. De naar voren en naar achteren gerichte zitplaatsen mogen alleen worden gebruikt als ze van gordels zijn voorzien. Nee. Ga naar 5.

 

Vraag 5. Is de personenauto voor het eerst in het verkeer gebracht na 31 december 1989 maar voor 1 oktober 2000?
Ja. De naar achteren gerichte zitplaatsen en de in de lengterichting geplaatste zitplaatsen mogen tijdens het rijden worden gebruikt. De naar voren gerichte zitplaatsen mogen alleen worden gebruikt als ze van gordels zijn voorzien. Nee. Alle zitplaatsen mogen tijdens het rijden worden gebruikt.
Voertuigen met een datum eerste toelating van na 21 juli 2012 mogen niet zijn voorzien van zijdelingse zitplaatsen.

 

Onder ‘gordels' wordt verstaan de standaard aanwezige goedgekeurde gordels, die zijn bevestigd aan goedgekeurde bevestigingspunten of achteraf aangebrachte goed werkende gordels aan deugdelijke bevestigingspunten. 

Onder een ‘zitplaats', die mag worden gebruikt tijdens het rijden, wordt verstaan een deugdelijk aan het voertuig bevestigde zitplaats, dus geen losse of provisorisch aangebrachte zitplaats.

Mag je zonder gordels reizen op banken in lengterichting? Lees hier meer daarover, met antwoord van de juridische helpdesk.

Wijzigen of bijplaatsen zitplaatsen

Zitplaatsen die extra zijn aangebracht moeten worden getoetst door de RDW. Hierbij moeten zowel de zitplaatsen als de gordels en de gordelbevestigingspunten aantoonbaar aan de Europese richtlijnen voldoen. Alleen  door de RDW goedgekeurde zitplaatsen worden vermeld op het kentekenbewijs en kunnen worden gebruikt tijdens de rit. Met name de bevestigingspunten van autogordels blijken in de praktijk lastig aantoonbaar voor goedkeuring. Het een en ander wordt vastgesteld aan de hand van het voertuig en de beschikbare documenten. Bij de importeur kan gevraagd worden of zij de juiste documenten kunnen aanleveren. Van een voertuig dat niet aan een van deze standaarden voldoet moeten qua sterkte en ligging berekeningen en/of informatie worden overgelegd. In de wijze van keuren (welke voor de camper van toepassing is) kunt u de eisen en regels vinden voor uw kampeerwagen. Zie ook de individuele goedkeuringen.
Als u bij de wijziging van een voertuig componenten uit een typegoedgekeurd donorvoertuig heeft gebruikt, kan de RDW besluiten om minder aspecten te beoordelen.
Vanwege bovenstaande haken en ogen is het verstandig bedachte aanpassingen vooraf met de RDW te overleggen. Dit kan vookomen dat kostbare aanpassingen niet geaccepteerd worden.

APK-eisen

Bij een kampeerauto is de controle beperkt tot de voorste zitplaatsen en tot de overige zitplaatsen voor zover deze zijn voorzien van gordels.

Er wordt gelet op een deugdelijke bevestiging van de gordels en mogen niet zijn beschadigd. Het pluizen van de gordel wordt niet gezien als een beschadiging.

De gordels moeten zijn voorzien van een goed werkende sluiting en een goed werkende blokkering. Oprolmechanismen moeten zodanig functioneren dat de gordel aanligt na het omdoen ervan.

Verkeersregels

Het dragen van een autogordel vermindert de kans op letsel bij een ongeval. Je kunt bijvoorbeeld niet uit de kampeerauto worden geslingerd.

In het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 staat dat bestuurders van een kampeerauto en de naast hen gezeten passagiers gebruik moeten maken van de voor hen beschikbare autogordel.

Passagiers jonger dan 12 jaar en kleiner dan 1.50 m zijn verplicht een geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel te gebruiken. Andere passagiers moeten ook gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel. Gordels mogen niet worden gedeeld.

Achterin moet een kinderbeveiligingsmiddel worden gebruikt als dat aanwezig is. Als dat er niet is, moeten kinderen vanaf 3 jaar de beschikbare gordel gebruiken. Wanneer het schouderdeel bij kinderen te hoog zit (over de hals inplaats van over de schouder), mag dit eventueel achter het lichaam langs worden gedragen. Mits hij strak over de heupen loopt want anders werkt de gordel niet.

Correct gebruik autogordel

De gordel moet zo strak mogelijk over het bekken en over het borstbeen, de ribben en het sleutelbeen. Gebruik de autogordel niet:

  • over de buik;  
  • over de arm;
  • gedraaid, want bij een botsing kan de gordel dan insnijden in het vlees;
  • te ruim;
  • over een gordelkussentje.

In de kampeerauto is het dus verplicht gordels aanwezig te hebben en te gebruiken voor de banken en stoelen die in de rijrichting staan en die naar achteren zijn gericht. Degene die een gordel moet gebruiken is zelf verantwoordelijk.

Het aantal passagiers dat met de kampeerauto mag worden vervoerd wordt bepaald door het aantal zitplaatsen met gordels. Op kentekenbewijzen, die sinds juni 2004 zijn afgegeven, kunt u zien hoeveel zitplaatsen de kampeerauto heeft.

Dat geldt niet voor kampeerauto's:

  • die op personenauto kenteken staan van na 1 januari 1971, doch voor 1 oktober 2000. Het gordelgebruik geldt alleen voor de stoel van de bestuurder en de bijrijder die naast de bestuurder zit en voor de banken die in de rijrichting staan. Op de banken die niet in de rijrichting staan mogen in principe passagiers worden vervoerd.
  • die op bedrijfsauto kenteken staan van na 31 december 1997. Het gordelgebruik geldt alleen voor de zitplaats van de bestuurder en de ernaast gelegen naar voren gerichte zitplaats. Op de andere banken mogen in principe passagiers worden vervoerd.

Het aantal personen tijdens het verblijf en/of de overnachting is niet bepaald. Echter de fabrikant geeft aan voor hoeveel personen de kampeerauto is ingericht voor het verblijf.

In het belang van de veiligheid voor de inzittenden, geen passagiers mee nemen op zitplaatsen waarvoor geen gordel aanwezig is.

Gerelateerde informatie

Op de volgende informatiepagina's van de Rijksoverheid vindt u meer informatie over gordelgebruik.