Autobelasting: een overzicht

Wegenbelasting: op zoek naar een eerlijke vorm

De motorrijtuigbelasting houdt de gemoederen in de camperwereld al jaren bezig, zeker sinds de regering besloot het kwarttarief te vervangen door het halftarief. In omliggende landen betalen camperbezitters heel veel minder en ook voor ondernemers met een bestelbus van vergelijkbare omvang geldt een veel lager tarief. Wat doet NKC om camperen betaalbaar te houden?

Honderd jaar motorrijtuigenbelasting

De motorrijtuigenbelasting viert dit jaar z’n honderdste verjaardag: in 1926 werd er voor het eerst een vorm van belasting voor het gebruik van de weg ingevoerd, afhankelijk van categorie en gewicht variërend van 10 tot 72 gulden per jaar. Voor voertuigen op luchtbanden, welteverstaan: voor massief rubber en stalen wielen gold een forse toeslag. In de loop van de decennia werd de wet diverse keren aangepast.

60-dagenkaart

Zoals in 1966, het jaar dat de 60-dagenkaart voor kampeerauto’s zijn intrede deed. Eigenaren van kampeerauto’s betaalden voor zestig dagen per jaar wegenbelasting en moesten op een kaart gaan aanvinken op welke dagen ze gebruikmaakten van de openbare weg. Na een jaar moesten ze de kaart inleveren, waarna de Belastingdienst kon nagaan of het kenteken bij controles op andere dagen was gespot. Zo ja, dan was de eigenaar de sjaak. Camperaars waren er over het algemeen voordelig mee uit: in het buitenland was het aanvinken niet nodig en bij verblijf op een camping in Nederland ook niet. Die zestig dagen waren ruimschoots voldoende.

Houderschapsbelasting

Aan het systeem kwam een einde met de invoering van de houderschapsbelasting in 1994. Tot dan toe moesten houders van kentekens zelf aangifte doen van wegenbelasting en konden ze dit dus ook nalaten. Met het risico betrapt te worden door een camera-auto. In het nieuwe systeem ging iedereen die een voertuig op zijn of haar naam heeft staan motorijtuigenbelasting betalen. Daarmee verviel het nut van controles langs de weg en verdween dus ook de basis voor de 60-dagenkaart.

Kwarttarief

Om de camperbezitter daarom ook maar de volle mep in rekening te brengen, was de wetgever wat te gortig. Men vond een compromis met de invoering van het kwarttarief: een korting van 75 procent, ervan uitgaande dat de camperaar veel minder gebruikmaakt van de openbare weg dan de gemiddelde autobezitter. Iets duurder van de 60-dagenkaart, maar met een hoop administratie minder, zowel voor de camperaar als voor de Belastingdienst. Iedereen blij en tevreden.

Halftarief

Tot september 2023. Dat er al langer werd nagedacht over een herziening van de autobelastingen, was bekend. Het hele stelsel van de aanschafbelasting bpm, de als gebruikersbelasting te beschouwen accijns én de belasting op bezit, ofwel de motorrijtuigenbelasting, stond ter discussie en zou uiteindelijk plaats moeten maken voor een systeem van betalen naar gebruik. Vandaar dat de aankondiging in de miljoenennota dat het kwarttarief voor campers plaats zou maken voor een halftarief toch nog als een donderslag bij heldere hemel kwam. Daarna ging het snel. In oktober kwam het voornemen bij de behandeling van het Belastingplan 2024 in de Tweede Kamer aan de orde, met het akkoord op 19 december in de Eerste Kamer was de invoering van het halftarief per 1 januari 2026 definitief.

Positie van NKC

Sinds de inrichting van de verschillende vormen van autobelastingen in 2022 ter discussie is komen te staan, is NKC betrokken geweest bij gesprekken hierover. In opdracht van het ministerie van Financiën zijn toen diverse onderzoeken uitgevoerd om het kwarttarief te evalueren. In datzelfde jaar is een rapport opgesteld met een analyse naar de tariefstructuur Betalen naar Gebruik. Het Kennisinstituut voor Mobiliteit heeft in 2023 een analyse gemaakt waarin de gevolgen van Betalen naar Gebruik zijn verkend. NKC heeft hierop bij de leden van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer ervoor gepleit om in een nieuw stelsel rekening te houden met het het recreatieve karakter van een camper en het beperkte gebruik ervan. Handhaaf in ieder geval tot die tijd het kwarttarief en belast de camperaar niet extra in een nieuw stelsel.

Tweede Kamer en petitie

Het voornemen in de miljoenennota om het kwarttarief simpelweg te vervangen door een halftarief en de belasting dus feitelijk met 100 procent te verhogen, heeft NKC dan ook onmiddellijk beoordeeld als een botte en oneerlijke maatregel, zonder enige visie en zeer op gespannen voet met het voornemen om op termijn te komen tot een eerlijk systeem, dat is gebaseerd op betalen naar gebruik. NKC heeft dit ook onder de aandacht gebracht bij leden van de vaste commissie voor Financiën die hier Kamervragen over hadden gesteld. En de media opgezocht, wat leidde tot aandacht in onder meer de Telegraaf, AD/De Stem, SBS6 en RTL Nieuws.

Een petitie tegen de maatregel heeft NKC van harte ondersteund. Met niet minder dan 63.460 handtekeningen meldden NKC en de initiatiefnemer zich op 23 oktober 2023 bij de Tweede Kamer, om nogmaals behoud van het kwarttarief te bepleiten. Kamerleden van het gehele politieke spectrum hoorden het verhaal beleefd aan, maar een ruime meerderheid ging na het Kamerdebat akkoord met het Belastingplan 2024, waar de maatregel deel van uitmaakt. Ook in de Eerste Kamer haalde het plan de eindstreep.

Blijvend op de agenda

Met de vaststelling in de Eerste Kamer en het daadwerkelijk van kracht raken van de maatregel op 1 januari 2026 is het laatste woord over de motorrijtuigenbelasting nog niet gezegd, ook zeker niet wat NKC betreft. Weliswaar is de verdubbeling nu een voldongen feit en valt van verzet hiertegen op dit moment niets te verwachten, de overheidsplannen voor een noodzakelijke hervorming van de autobelastingen zijn nog zeker niet van de baan. NKC ziet kansen om zich bij de planvorming in te zetten om met de overheid te komen tot een rechtvaardige belasting van kampeerauto’s. Zo heeft NKC de standpunten van de diverse politieke partijen zorgvuldig in kaart gebracht, om zo doelmatig te kunnen lobbyen en het camperbelang onder de aandacht te brengen.

Concrete acties en stappen

  • In mei 2025 heeft NKC in reactie op de Kamerbief van staatssecretaris Van Oostenbruggen over de fiscale beleids- en uitvoeringsagenda 2025 erop gewezen dat het halftarief de camperaar hard treft en dat een eerlijk stelsel pas mogelijk is als dit rekening houdt met het beperkte gebruik van de camper.
  • Kort later heeft NKC staatssecretaris Van Oostenbruggen uitgenodigd voor een gesprek, om hem rechtstreeks te kunnen voorzien van feiten, ervaringen uit de praktijk en de zorgen van camperaars.
  • Voor dit dossier heeft NKC de handen ineengeslagen met BOVAG en onderhoudt contact met FEHAC (Federatie Historische Automobiel- en Motorfietsclubs), die ook het belang ziet van een eerlijk systeem dat recht doet aan beperkt gebruik.
  • NKC heeft onderzoek gedaan onder camperaars naar het campergebruik, het schorsgedrag en de effecten van het halftarief, om zo gegevens te verzamelen die een stevige basis vormen voor een effectieve lobby.
  • In de aanloop naar de formatie van het huidige kabinet heeft NKC toenmalig formateur Jetten erop gewezen dat NKC zich aansluit bij de standpunten en voorstellen van BOVAG, ANWB, HISWA-RECRON, de Mobiliteitsalliantie en FEHAC, waarin ook het camperbelang een plaats heeft.

In de media

Los van de lobby laat NKC geen gelegenheid voorbijgaan om de kwestie in de media aan te kaarten. In de eigen media, zoals het ledenmagazine Kampeerauto, maar bijvoorbeeld ook in het tv-programma Radar, eind 2025, op de valreep van de concrete invoering. En in maart 2026 was NKC te gast in de podcast Hannah’s Hymer.

Hoe nu verder?

In de aanloop naar de belastinghervorming werkt NKC intensief samen met brancheorganisaties en belangenpartijen. De inzet is gericht op een belastingstelsel dat recht doet aan het gebruik en het bezig van campers. Hierbij streeft NKC naar:

  • een eerlijke, proportionele belasting voor campers;
  • beleid dat rekening houdt met het beperkte en recreatieve gebruik;
  • betere aansluiting op omliggende landen;
  • heldere en betrouwbare data als basis voor nieuwe besluitvorming.

Tijdelijk doekje voor het bloeden

Tot er een nieuw stelsel is, rest de camperbezitter niet veel anders dan manier zoeken om het camperen betaalbaar te houden, zoals het tijdelijk schorsen van de camper. Niet ideaal: veel camperaars hebben de camper permanent klaarstaan voor gebruik, om elk gewenst moment ermee eropuit te kunnen trekken. Impulsief een weekendje weg wordt zo een dure grap: het uit de schorsing halen is weliswaar gratis, maar het vervolgens opnieuw schorsen kost voor een camper tot 15 jaar oud 88,05 euro, of 29,10 euro bij een oudere camper. De invoering van het halftarief heeft het schorsen wel aantrekkelijker gemaakt: bij een gemiddelde camper biedt dat bij een maand plus een dag al een besparing. Korter schorsen heeft financieel geen zin, omdat de camperbezitter dan alsnog belasting verschuldigd is over de periode van de schorsing.

Overigens waarschuwt NKC voor bureautjes die als tussenpersoon optreden bij het schorsen en daar enkele tientjes voor in rekening brengen, zonder aanwijsbare tegenprestatie. Veel camperaars trappen erin, omdat zo’n bureautje bij Google bovenaan opduikt bij het zoeken op schorsen. Een camper schorsen doe je bij een kentekenloket of online met DigiD op de website van de RDW.

Achtergrond: de argumenten van de overheid

De overheid geeft verschillende redenen voor het invoeren van het halftarief. De onderstaande onderbouwing van het ministerie van Financiën is dus niet de visie van de NKC.

  • Eenvoudiger belastingstelsel: minder uitzonderingen maken het systeem overzichtelijker.
  • Minder belastingkorting: de korting voor kampeerauto’s in de vorm van kwarttarief kost de overheid belastinginkomsten.
  • Motorrijtuigenbelasting (mrb) is belasting op bezit: de korting botst met het principe dat de belasting niet afhangt van hoe vaak je rijdt, maar of je een voertuig bezit.
  • Gebruik wordt niet gecontroleerd: de overheid weet niet of campers echt zo weinig rijden als wordt aangenomen.
  • Eerlijkere regels: zakelijke verhuurders van campers betaalden al veel langer het halftarief en dus meer belasting dan particuliere camperaars.
  • Milieubelasting: campers stoten meer uit dan gewone auto’s en het kwarttarief vormt geen prikkel om milieuvriendelijke keuzes te maken.
  • Schorsen wordt veel gedaan: de camperbezitter heeft dubbel voordeel, omdat ongeveer de helft de camper minstens één keer per jaar schorst en daardoor nog minder belasting betaalt.
  • Ongelijke behandeling: andere voertuigeigenaren die weinig rijden, krijgen ook geen korting.

Achtergrond: hoe zit de autobelasting in elkaar?

De autobelasting in Nederland bestaat uit drie onderdelen: Bpm, motorrijtuigenbelasting (mrb) en accijns. Elk onderdeel heeft een eigen functie binnen het belastingstelsel.

  • Bpm (belasting van personenauto’s en motorrijtuigen): bpm betaal je bij de aankoop van een nieuwe personenauto, motor of camper. De hoogte van deze belasting hangt af van het type voertuig en verschillende technische kenmerken, zoals de CO₂‑uitstoot.
  • Motorrijtuigenbelasting (mrb): De mrb is een houderschapsbelasting: je betaalt deze belasting omdat je een voertuig op jouw naam hebt staan. Voor campereigenaren betekent dit dat je mrb betaalt zolang de camper in jouw bezit is. Hoewel mrb in de praktijk vaak wegenbelasting wordt genoemd, gaat het niet om het gebruik van de weg, maar uitsluitend om het bezit van het voertuig. Eigenlijk zijn het kwarttarief en het halftarief dus kortingen die in strijd zijn met het wezen van deze belasting.
  • Accijns: Accijns is een belasting die je indirect betaalt via de prijs aan de pomp. Deze belasting is gekoppeld aan het gebruik van je voertuig: alleen wanneer je brandstof tankt, betaal je accijns. De verkopers van benzine en diesel dragen deze belasting vervolgens af aan de overheid.
Deel artikel