Soorten gas in de camper

De meeste campers hebben een gasinstallatie aan boord voor de kookplaat, de koelkast en de boiler-verwarmingcombinatie. Er zijn drie soorten gas voor huishoudelijk gebruik: butaan, propaan en autogas. 

Butaan

Butaan wordt in de camper vooral gebruikt om mee te koken. De bekende blauwe Campingaz flessen zijn ermee gevuld. 

Butaan is ongeveer twee keer zo zwaar als lucht, waardoor onderventilatie voor de veiligheid van groot belang is. Bij onvoldoende ventilatie kan butaan zich laag bij de grond ophopen en ontstaan er gevaarlijke situaties.

Het kookpunt van butaan is -0.6°C. Vanwege dit kookpunt kun je bij camperen in de winter, of bij temperaturen lager dan 5°C, beter kiezen voor propaan dat een lager kookpunt heeft.

Propaan

Het meest gebruikte gas in Nederlandse campers is propaan, omdat butaan niet geschikt is voor gebruik bij temperaturen tegen het vriespunt en daaronder. Propaan wordt in gasflessen en voor bulktanks verkocht als brandstof voor koken, stoken en voor de warmwatervoorziening.

Propaan is ruim anderhalf keer zo zwaar als lucht. Daarom s er, net als bij butaan, de noodzaak om onderventilatie te voorzien voor de veiligheid.

Het kookpunt van propaan is -42°C. Door dit kookpunt is het bij uitstek geschikt voor wintercamperen.

LPG

LPG (Liquefied Petroleum Gas) bestaat hoofdzakelijk uit een mengsel van butaan en propaan en is strikt genomen een verzamelnaam van alle dampgassen. Het gas wordt vooral toegepast voor aandrijving van voertuigen, maar vanwege de goede verkrijgbaarheid in veel landen, komt LPG steeds meer voor als brandstof in de camper.

Hoewel in 2010 de accijns op LPG voor alle toepassingen gelijk getrokken is, mag in Nederland LPG voor huishoudelijk gebruik niet getankt worden bij een (auto)tankstation - ook al zijn LPG tanks geleverd voor huishoudelijk gebruik, qua constructie gelijkwaardig aan die van de autogastank.

LPG is in veel landen goed verkrijgbaar, maar in Nederland is het officieel verboden om zelf LPG te tanken voor huishoudelijk gebruik.

Wat mag er in de gashouder?

Op de gashouder staat aangegeven met welk mengsel van gassen gevuld mag worden.

  • Mengsel A (handelsnaam butaan) – de houder mag alleen met mengsel A gevuld worden.
  • Mengsel C (handelsnaam propaan) – de houder mag met mengsel C maar ook met mengsel A gevuld worden.

De gashouder wordt tot ca 80% gevuld met vloeibaar gas, de resterende ruimte boven de vloeistofspiegel, circa 20%, bevat gas in dampvorm. Een ingeschakelde verbruiker onttrekt gas in dampvorm uit de drukhouder.