Zweedse nationale parken: die mag je niet missen


- Door Anja Eerdmans (tekst en foto’s)

“We gaan naar Zweden”, vertelde ik vorig jaar enthousiast aan iedereen die het horen wilde. Waarbij  ‘wij’ staat voor Gerda en ik, beiden Solo’s. We reisden ieder met ons eigen kampeerbusje en gingen voor ‘basic’, dat wil zeggen bij voorkeur overnachten op plekken zonder voorzieningen; vrij in de natuur of op kleine camperplaatsen. Ons wassen in een meer, véél natuur, wandelen en fietsen.


Een veelgehoorde reactie naar aanleiding van onze vakantieplannen was: ‘Leuk dat jullie samen op reis gaan, maar is Zweden niet ontzettend saai?’ Eindeloze bossen en heel veel meren, dat is het beeld dat van Zweden bestaat. Nou klopt dat ook wel zo ongeveer, maar als je er oog voor hebt, dan biedt de natuur zo veel meer. Zeker als je er te voet, of eventueel met de fiets, op uit trekt.

Al zo’n vijftien jaar geleden begonnen mijn man, die toen nog leefde, en ik ons te oriënteren op Zweden. Aan de hand van reis- en wandelgidsen kwamen we er achter dat de Nationale Parken places to be waren, ze bleken zonder meer een bezoek waard.
De parken zijn in het leven geroepen om planten en dieren extra te beschermen. In bijna alle parken zijn goed gemarkeerde wandelroutes en via de folders die de Zweedse overheid van de parken verstrekt, leer je heel veel over de flora en fauna. Ook internet is natuurlijk en bron van informatie. Elke gebied heeft zijn eigen charmes, van lieflijk tot ruig, van kabbelende beekjes tot beukende golven, van enorme rotsblokken tot zoetgevooisde bloemenweiden.

Zwerf mee door acht Zweedse natuurparken: kijken met andere ogen

NP Dalby Söderskog

In Zuid-Zweden (Skäne), ten oosten van Lund, ligt Dalby Söderskog. Een fijne plek om te stoppen na de reis uit Nederland. Het is een prachtig loofbos. Het park is vooral in de lente erg mooi als de grond bedekt is met bosanemoon, gele anemoon, lenteui, papaver en speenkruid.

Wij maakten een wandeling om een azuurblauw meertje dat diep in de rotsen lag verzonken. Ook kun je aardige fietstochtjes door de omgeving maken, met eventueel een bezoek aan het bezoekerscentrum in het nabijgelegen natuurreservaat Skrylle.

 

 

NP Söderäsen

Eveneens in Skäne treffen we Söderåsen Nationaal Park aan, representatief voor het landschap van Skåne: met berkenbossen begroeide heuvelruggen en zuidelijke flora en fauna. Het park heeft een afwisselend landschap. Diepe breukdalen, steile lawinehellingen, weelderige loofbossen en kabbelende beekjes kenmerken de natuur van het park. Vanaf de berg Kopparhatten heb je een weids uitzicht. Ik maakte hier een wandeling van 7,5 kilometer. De route liep eerst langs de rivieroever, dan bergop en over de kam terug. Voor informatie kun je terecht bij het bezoekerscentrum Skäralids Naturum.

NP Stenshuvud

Afgelopen jaar bezocht ik voor het eerst NP Stenshuvud in zuidoost Zweden. Er lopen diverse wandelpaden door het park. De karakteristieke berg Stenshuvud is al sinds mensenheugenis een belangrijk navigatiepunt voor zeevarenden. De top van de berg is tevens een prachtig uitzichtpunt.

Ook hier is een informatiecentrum, met een kleine tentoonstelling. Je kunt er ook voor een kop koffie terecht. De folder belooft ‘kustbergen, weelderige loofbossen, heidevelden en prachtige stranden’ en schrijft ‘het bos is vooral mooi om te zien in het voorjaar met teer, nieuw groen en enorme hoeveelheden gele anemonen en bosanemonen tussen de bomen’. En dat klopt. Wat een bijzondere tegenstelling tref je hier aan: ruwe rotsen, lieflijke bloemenpracht. Kabbelende beekjes en beukende golven.

NP Store Mosse

Store Mosse ligt op het Smålandse hoogland en is het grootste Zweedse moerasgebied ten zuiden van Lapland. Zeker voor vogelliefhebbers een waar paradijs. Het meer Kävsjön is een van de bekendste vogelmeren van het land. Het is het belangrijkste broedgebied van kraanvogels in Zuid-Zweden

De turflaag in het gebied is de afgelopen 5.000 jaar ontstaan en bestaat voornamelijk uit resten van rendiermos. Wij beklommen twee uitzichttorens en zagen kraanvogels, wilde zwanen, kuifeenden en grauwe kiekendieven. We liepen de 15 kilometer rond het meer, waarbij we helaas veel door het bos liepen met weinig doorkijkjes naar het meer. Er is ook een wandelroute over de zandduinen en heuvelruggen door het moeras naar Björnakullen.

NP Fulufjället

Het Nationale Park Fulufjället ligt in het noordwesten van de provincie Dalarna, vlak bij de Noorse grens. Het is grotendeels een hoogvlakte met een unieke vegetatie, omdat de rendieren hier niet mogen grazen. De hoogvlakte loopt in het noordoosten steil af, met onder andere de Njupeskär, de hoogste waterval van Zweden. 125 Meter hoog, waarvan het water 93 meter loodrecht naar beneden stort.

In 2014 had ik het geluk dat er een vogelaar bij het uitzichtpunt van de waterval aanwezig was en ik met zijn telescoop een giervalk met jongen kon bewonderen. Hij vertelde dat er al enkele jaren een paartje giervalken vlak naast de waterval nestelt.

Het park is goed van wandelpaden voorzien met ruim 140 kilometer gemarkeerde routes.

NP Tresticklan

In westelijk Dalsland op de grens met Noorwegen ligt het Tresticklan Nationaal Park. Met een oppervlakte van 30 km² is dit park het grootste onbebouwde bosgebied zonder wegen in Zuid-Zweden. Je vindt hier ongerepte bossen, mooie meren en opmerkelijk terrein.

De folder meldt over de wandeling door Tresticklan: 'het is een unieke natuurbelevenis. De route loopt door een bijzonder landschap en door een bos dat al langer dan 100 jaar niet door mensen onderhouden wordt.' Ik kan het beamen. Dit gebied is zeker een bezoek waard!  En wie weet kom je  oog in oog te staan met een eland, ree of zie je de sporen van een bever. Ook de wolf houdt zich in dit grensgebied op.

NP Tiveden

Diverse malen bezocht ik Tiveden Nationaal Park, een geaccidenteerd, bergachtig terrein dat bezaaid is met rotsblokken. Het park ligt in het meest ontoegankelijke deel van het bos, dat ook wel Trolltiven genoemd wordt. Toch is het niet zo ongerept als je bij de eerste aanblik denkt. Vroeger hield men zich hier bezig met aanleg van akkers en weide, kolenbranden en houtkap, maar er hebben in dit gebied nooit mensen permanent gewoond. In de laatste ijstijd hebben dikke gletsjers het landschap overdekt met enorme rotsblokken van soms meer dan 10 meter.

Er zijn meerdere wandelroutes en je kunt een mooie, maar pittige, fietsroute maken , deels door het park en ook langs het Undenmeer, één van de schoonste en helderste meren van Zweden. Verder is er een leuk badstrand bij Vitsand.

NP Garphyttan

Veel parken die ik bezocht zijn ruig en stoer. NP Garphyttan is van een heel ander kaliber. Lieflijk en in het voorjaar vol bloemenpracht. Een systeem van paden voert door het park. Een plezierig wandelpad loopt voornamelijk door weiden, een ander naar de top van de Svensbodaberg.

Het park bestaat uit oude cultuurgronden, land dat door de mens gebruikt werd voor het verbouwen van voedsel en bosbouw. Hier vind je bloemrijke weiden en loofbossen, omgeven door de dennenbossen op de Kilsberg. Toen het nationale park werd opgericht in 1909 liet men eerst de natuur de vrije loop. Dat was onderdeel van de gedachte dat de natuur in een nationaal park beschermd zou moeten worden tegen menselijke invloeden. Het resultaat was dat het open land al snel volledig overwoekerd werd. Het werd duidelijk dat de landbouwgrond volgens de oude methoden moest worden beheerd om het voortbestaan veilig te stellen. Tegenwoordig herinnert het landschap van het park weer aan vroeger tijden.

Bron: www.nationalparksofsweden.se

Dit bericht is geplaatst in de categorie Reisverhalen met de tags: Reisverhalen, Zweden, nationale parken, camperen, solo.