Een veelbewogen eerste campertrip

Shirley Nijhof

Werkend voor de grootste camperclub van Europa, moet je toch op camperavontuur zijn geweest? Zo denkt medewerkster Shirley Nijhof. Met de ingepakte NKC-camper, stadsfietsen in de garage en een flinke dosis enthousiasme beginnen zij en haar vriend aan hun eerste camperavontuur. Dat gaat niet zonder slag of stoot…

Het avontuur start op woensdagmiddag aan het einde van mijn werkdag al. Het moment dat ik voor het eerst plaatsneem op de bestuurdersstoel van een 6,5 meter lang voertuig en er in mijn eentje mee naar huis rijd. Hier was ik, al geef ik dat niet graag toe, best wat gespannen voor. Het blijkt al gauw dat die angst wat overtrokken is. Tuurlijk, zo’n camper is een stuk groter en zwaarder dan een personenauto en daar moet je rekening mee houden. Maar hé, zo’n campergaspedaal, -koppeling en -rem werken hetzelfde als die in een auto.

De baas van de NKC
Hoewel ik een prettige rijervaring had de dag ervoor, start vriendlief donderdagochtend toch als chauffeur. Ik gun hem immers ook het gevoel ‘king of the road’ te zijn. Zes en een half uur, een rustpauze en heel wat mooie landschappen later, komen we aan op onze bestemming: Camping Abijune nabij het Franse kustplaatsje Étretat.  
Onze aankomst in de opvallende NKC Promocamper blijft niet onopgemerkt. Vrijwel meteen krijgen we van twee Nederlandse kinderen de vraag of wij de baas zijn van de NKC. Na een kort en bescheiden gesprek, waarin ik uitleg dat ik ‘slechts een medewerker ben’, vertrekken we met de camper naar de stad. De receptie van de camping is namelijk nog een uur gesloten.

Indrukwekkend mooie krijtrotsen 
De camper staat nog niet geparkeerd of er jaagt al een andere camper tegen onze buitenspiegel aan. Tijd om die in te klappen hadden we nog niet gehad. Gelukkig blijkt zo’n ding wel tegen een stootje te kunnen en is hij alleen omgeklapt, maar de schrik dat er iets kapot zou kunnen gaan zit er al goed in.

We zetten die gedachte snel opzij, eten wat in het centrum en achtervolgen de hordes andere toeristen de trappen op naar boven. Hoewel we er speciaal voor komen, worden we eenmaal boven verrast door de omvang en schoonheid van de krijtrotsen in de omgeving. Wat een prachtig uitzicht!

Met onze stadsfietsen door de bushbush

Vrijdagochtend ontwaken we door de hitte van de zon die op het dak van de camper brandt. We hebben heerlijk geslapen en ontbijten, hoe kan het ook anders, met stokbrood en croissants. Dit belooft een mooie dag te worden, waarbij we al fietsend de regio verkennen.  

Google Maps navigeert ons een paadje in tussen de Franse landerijen dat steeds steiler naar beneden loopt en meer en meer overwoekerd is met varens, braamstruiken en brandnetels. Slechts een paar krassen op de benen en wat jeukende bultjes later stuitten we op het Operation Biting monument in Bruneval waar Britse soldaten in februari 1942 Duitse radars probeerden te stelen voor onderzoek.

Welkome verfrissende duik in zee

Na een korte geschiedenisles volgen we een smalle trap naar beneden die ons naar een rustig strand leidt. Hier nemen we wat vitamine D tot ons en bewonderen opnieuw de enorme krijtrotsen. Terug bij de fietsen blijkt mijn stadsfiets niet bestand tegen de hobbelige Franse landweggetjes vol keien: mijn band is lek! En de meegebrachte fietspomp gaat ons hier niet bij helpen. Gevolg: ik loop een uur in 35 graden met een fiets aan de hand terug naar de camping. 

Over wegen die hier niet heel geschikt voor zijn (lees: geen stoep, veel bochten en voorbijrazend verkeer). Vriendlief fietst vooruit om mij tegemoet te komen met de camper. Met camper en twee oververhitte koppen, rijden we vervolgens naar een strand verderop waar we onszelf trakteren op een ijscoupe en een verfrissende duik in zee.

Het dieptepunt van de campertrip

Als je denkt dat we al genoeg hebben meegemaakt deze dagen, dan heb je het mis. Want we zijn er nog niet. Zaterdag, op weg van Le Tilleul (klein dorp bij Étretat) naar Brugge, gooi ik de camper namelijk vol met diesel. In de watertank! Nu vraag je je natuurlijk af: hoe dan? In de hectiek van een druk tankstation in een onbekend land en als onervaren camperaar doe je gekke dingen.

De man voor ons bij het tankstation lijkt ook wat ‘tankproblemen’ te hebben, waardoor hij niet meteen kan tanken, daarnaast ziet de dop van de watertank er echt uit als een blauwe tankdop en zie ik geen alternatieve plek in de vorm van een klep of gat waar de slang in zou moeten. ‘Nou, dan maar in de watertank!’ Een actie waar nog lang over gesproken zal worden bij de NKC…

Nee, nu klink ik wat jolig en laconiek, maar dat ben ik allesbehalve wanneer ik erachter kom wat ik heb gedaan. En nu nog baal ik dat dit mij is overkomen. Maar dan denk ik even aan een goede bekende van mij (sorry papa) die ooit benzine in een dieselauto heeft getankt: het kan altijd erger! Daarnaast weet ik één ding zeker: dit gebeurt me niet nog eens.

Benieuwd hoe je dit kunt oplossen? In dit filmpje wordt het stap voor stap uitgelegd!

Home sweet home

Zondag, de vierde en laatste dag van ons camperavontuur, rijden we via Terneuzen terug naar Utrecht. Eenmaal gezond en wel thuis, de camper uitgepakt en opnieuw aan de barbecue, kijken we samen terug op onze veelbewogen eerste campertrip. En komen tot de conclusie dat we veel mooie dingen hebben gezien, ons goed hebben vermaakt en hebben genoten van al het Franse en Brugse lekkers. Maar of we ook echt dat campervirus te pakken hebben? Daar zijn we nog niet helemaal over uit.

Ons rest dus maar één taak: volgend jaar gaan we het opnieuw proberen!
Met nieuwe zin én een heel stuk wijzer.