Camperen langs Noorse fjorden

Door Douwe de Vries (tekst) Douwe de Vries, VisitNorway.nl, Noors Verkeersbureau (foto's)

Stoere bergen met witte mutsen, klaterende watervallen en woeste bergstromen, fjorden die vele tientallen kilometers het land in snijden, tunnels in alle soorten en maten. Dit is Noorwegen, waar een campervakantie in een landschap met geweldige panorama's een ongekende ervaring is.

Zo'n vijftien jaar geleden waren we voor het laatst in Noorwegen en we zijn toen niet verder gekomen dan de Hardangervidda. Nu staat een camperavontuur langs de fjorden op ons wensenlijstje. We houden regenjas en paraplu paraat, omdat we ons de depressies met regendagen nog herinneren. Maar als we vanuit Kristiansand richting Stavanger rijden, schijnt de junizon volop en de weersvoorspellingen zijn veelbelovend. Prima weer voor een oude wens: het beklimmen van de Preikestolen. De befaamde rotskansel is een van de meest bezochte bezienswaardigheden van Noorwegen. Na de oversteek met de veerboot Lauvvik – Oanes, parkeren we de camper bij de Preikestolhut. Het pad naar de beroemde rots heeft behoorlijk steile stukken en de wandeling vereist wel enige conditie. Twee flinke stukken van het zes kilometer lange pad zijn bezaaid met rotsblokken. Na twee uur bereiken we de bijna vierkante Preikestolen. Het panorama dat zich voor ons ontvouwt, is adembenemend.

Camperen Noorse Fjorden 1Preikestolen

Het Lysefjord, waar het rotsplateau zo'n zeshonderd meter bovenuit steekt, is groenblauw. De adrenaline schiet ons in de benen als we enkele waaghalzen op de rand van het plateau met hun armen zien zwaaien... voor de overwinningsfoto. Een enkeling schuift op z'n buik naar de rand. Een andere durfal zit zelfs op de rand van de loodrechte wand. Op de terugweg komen we tientallen wandelaars tegen, onder wie een vrouw met een hoofd als een pioen, die gesteund wordt door twee mannen. We kunnen ons moeilijk voorstellen dat ze de kansel haalt.

Staafkerken

We overnachten op de camperplaats bij de haven van Jørpeland, die tegen zonsondergang helemaal vol staat. De volgende dag rijden we langs de Ryfylke Route, een van de nationale toeristische routes, die grotendeels langs de fjorden loopt. Vergeet de tijd, want een snelheid van zestig kilometer per uur is nauwelijks haalbaar. Zet de camper regelmatig aan de kant en geniet van de fraaie uitzichten die het landschap na elke bocht weer biedt. In Hjelmeland steken we het Jøsenfjord over naar Nesvik en rijden over wegnummer 13 naar Røldal, een bergdorp aan de rand van de Hardangervidda. Hier staat een eenvoudige staafkerk. Het is een van de 28 middeleeuwse staafkerken die in Noorwegen bewaard zijn gebleven. Over historie gesproken: op de Seim Camping, waar we de camper hebben geparkeerd, bevindt zich nog een twaalftal grafheuvels uit de ijzertijd. In een schuurtje zijn enkele vondsten verzameld.

Watervallen en tunnels

Zo'n vijftien kilometer voor Odda zien we de eerste spectaculaire waterval, de Låtefossen. Het water dondert van 160 meter hoogte in twee stromen naar beneden en hult de weg in een constante nevel.

Lâtefossen

Daarna zien we de ene waterval na de andere zich in het fjord storten. In de weinig interessante industriestad Odda is een nieuwe camperplaats aangelegd, een ruime overnachtingsplek met mooi uitzicht op het Sjørfjord. Via Lofthus en Kinsarvik bereiken we de in 2013 geopende hangbrug over het Eidfjord en duiken meteen de meer dan zeven kilometer lange Vallavik Tunnel in richting Voss. Intussen zijn we al enkele tolstations gepasseerd, die automatisch kentekens registreren. De rekening wordt maanden later thuis bezorgd. De handbediende tolstations behoren blijkbaar tot het verleden.

In Voss nemen we de bredere E16 naar Gudvangen, om het smalste fjord van Europa te bewonderen: het Nærøyfjord, dat op de Werelderfgoedlijst staat. Het is een zijarm van het bekende Sognefjord, dat meer dan tweehonderd kilometer lang is. De steile rotswanden spiegelen zich in het stille wateroppervlak, dat slechts wordt beroerd door een cruiseschip, dat er vanaf het uitzichtpunt als een modelbootje uitziet. Omdat we er toch langs rijden, besluiten we een rit met het bekendste toeristische treintje van Noorwegen te maken: de Flåmbaan. Het traject naar het negenhonderd meter hoger gelegen dorpje Myrdal door achttien tunnels is spectaculair. De rit over een afstand van slechts twintig kilometer duurt maar een uur en je komt onderweg ogen te kort. Vlak voor Myrdal is er een fotostop bij de Kjosfossen, alweer een spectaculaire waterval. Plotseling verschijnen er enkele op muziek dansende nimfen. De camera's van de passagiers, onder wie veel Japanners, klikken onophoudelijk. We hebben meer bewondering voor de arbeiders die jarenlang hebben gewerkt aan de spoorlijn: een huzarenstuk. 's Avonds klimmen we met de camper op de nabijgelegen camping van Flåm naar een hoog plekje, om in stijl te blijven.

Korte broek

Na Flåm moeten we op weg van Aurland naar Lærdalsøyri kiezen tussen de bijna 25 kilometer lange tunnel of de slingerende, oude weg over de nog besneeuwde hoogvlakte. We nemen de Aurlandsvegen – meestal Sneeuwweg genoemd – omdat die de Stegastein passeert, een uitzichtplatform dat op duizelingwekkende hoogte boven het fjord uitsteekt. Een in korte broek geklede Nederlandse camperaar waarschuwt dat het op de hoogvlakte maar twee graden Celsius is. Op het hoogste punt, waar het inderdaad koud is, genieten we van de intense stilte en bekijken de steenmannetjes, die hier in vele gedaanten zijn gebouwd. Het oude deel van Lærdalsøyri bezit nog tientallen oude, houten huizen en is op de Werelderfgoedlijst geplaatst. De schade die een grote brand in 2013 heeft aangericht, valt gelukkig mee. Er zijn slechts enkele huizen verwoest. Om Kaupanger aan wegnummer 5 te bereiken, nemen we de veerboot Fodnes – Mannheller. In het stadje staat een staafkerkje met een prachtig interieur.

De staafkerk van Kaupanger

De kleurige schilderingen op de houten wanden en de preekstoel, die oeroude symbolen voorstellen, zijn goed bewaard gebleven. Via talloze tunnels rijden we langs de Jostedalsbreen, de grootste gletsjer van het Europese vasteland, met een ijsmassa met verschillende tongen, die zich over meer dan 1.300 vierkante kilometer uitspreiden. Via het stadje Olden rijden we langs de Oldevatnet, een rivier die bij de gletsjer de Briksdalsbreen ontstaat, naar Melkevoll Bretun, een camping die een parkeerterrein voor campers exploiteert. Van daaruit nemen we de benenwagen naar de gletsjertong, een wandeling van nauwelijks een uur. Onderweg passeren talloze Japanners in elektrisch aangedreven wagentjes. Bij de imposante ijsklomp, die zich overigens door de opwarming van de aarde steeds verder terugtrekt, voelen we ons nietig. Via Loen en Stryn rijden we naar ons volgende doel: Geiranger, met z'n beroemde fjord, ook al werelderfgoed. Onderweg hebben we vanaf het punt Flydalsjuvet een magnifiek uitzicht op het fjord. Op de Geiranger Camping staan camperaars op de eerste rang met uitzicht op het fjord én de enorme cruiseschepen die hier afmeren. Geiranger is een toeristische heksenketel met talrijke souvenirshops, die onder meer minitrollen aan de man proberen te brengen.

Uitzichtplatform

Nee, dan liever naar de echte trollen, zoals de bergspitsen worden aangeduid in de Isterdalen, zuidelijk van de stad Åndalsnes. Daarvoor moeten we eerst het Storfjord tussen Eidsdal en Linge oversteken. We laten de trollen nog even wachten en slaan na de overtocht direct linksaf richting Ålesund, de stad die in 1904 door brand werd verwoest en daarna in jugendstil werd herbouwd. Vanaf de berg Aksla, te bereiken via maar liefst 418 treden, is te zien hoe mooi de binnenstad op eilanden is gebouwd.

Ålesund

De gevels van veel huizen in deze art-nouveaustad zijn versierd met bloemenmotieven en tonen die typische jugendstilbogen. Op de camperplaats parkeren we de camper, niet vlak bij het fjord, maar in de achterhoede, omdat er bij een strakblauwe hemel een koude, harde wind staat.

Camperplaats van Ålesund


Terug naar de Ørnevegen, de Adelaarsweg, zoals de weg van Geiranger naar de weg de Trollstigen wordt genoemd. Het rijden met de camper over deze weg met z'n haarspeldbochten is op zichzelf al een sensatie, waarbij anticiperen op tegemoetkomend verkeer is aan te bevelen. Op het hoogste punt bij de waterval Stigfossen is een architectonisch bijzonder uitzichtplatform gebouwd. Je staat als het ware boven het diepe dal en kunt waarnemen hoe campers en touringcars tergend langzaam de haarspeldbochten bedwingen.

Uitzicht op de Trollstigen

Onze laatste Noorse bestemming is de hoofdstad Oslo. Het gaat een stuk sneller van Åndalsnes via de E136 langs Dombås, waar we een uitstapje maken naar het nationaal park Dovrefjell-Sunndalsfjella voor een muskusossensafari. Ten slotte nemen we de E6 naar Lillehammer en Oslo. Niet dat het gebied waar we doorheen rijden niet de moeite waard zou zijn. Integendeel, in Noorwegen is nog zo veel te genieten, dat we daarvoor een andere vakantie moeten bestemmen.

Toeristische informatie 

 Dit artikel verscheen in een andere vorm in Kampeerauto nr. 3 2015