Passagiers vervoeren in de camper

Op deze pagina vind je meer informatie over de regels die gelden voor het vervoeren van passagiers in de camper.

Aantal zitplaatsen

Hoewel je met een beetje goede wil in veel campers wel vijf tot zes personen kwijt kan, mag je niet zomaar met zo’n volle auto rijden. Het aantal zitplaatsen dat op het kenteken staat vermeld, is het aantal zitplaatsen dat tijdens het rijden gebruikt mag worden.

Wijzigen of bijplaatsen zitplaatsen

Zitplaatsen die extra zijn aangebracht moeten worden getoetst door de RDW. Hierbij moeten zowel de zitplaatsen als de gordels en de gordelbevestigingspunten aantoonbaar aan de Europese richtlijnen voldoen. Alleen door de RDW goedgekeurde zitplaatsen worden vermeld op het kentekenbewijs en kunnen worden gebruikt tijdens de rit. Met name de bevestigingspunten van autogordels blijken in de praktijk lastig aantoonbaar voor goedkeuring.

Tip: vanwege de (mogelijke) haken en ogen is het verstandig bedachte aanpassingen vooraf met de RDW te overleggen. Dit kan voorkomen dat kostbare aanpassingen niet geaccepteerd worden.

Eisen zitplaatsen

Passagiers in campers moeten worden vervoerd op zitplaatsen die voor dat doel zijn geconstrueerd en ingericht. Deze zitplaatsen zijn voorzien van gordels. Vaak zijn er in campers meer zitplaatsen dan gordels. Over het algemeen geldt: het aantal gordels is leidend voor het aantal mensen dat je mag vervoeren.

Op geïmproviseerde zitplaatsen of zitplaatsen voor gebruik tijdens stilstand, zoals zithoeken en banken die in de lengte richting staan, mogen tijdens het rijden geen passagiers zitten. Voor oudere campers of omgebouwde bedrijfswagens kunnen echter andere regels gelden.

En hoe verleidelijk ook: natuurlijk mag je niet rijden met een passagier die een dutje doet in het bed, koffie zet of de douche gebruikt. Veiligheid staat voorop.


Gordelgebruik en kinderzitjes in de camper

Voor gordelgebruik en het gebruik van kinderzitjes in een camper gelden dezelfde regels als in personenauto’s. Passagiers moeten dus gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel en kinderen jonger dan 12 jaar en kleiner dan 1.50 m zijn verplicht een geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel te gebruiken.

Achterin moet een kinderbeveiligingsmiddel worden gebruikt als dat aanwezig is. Als dat er niet is, moeten kinderen vanaf 3 jaar de beschikbare gordel gebruiken. Wanneer het schouderdeel bij kinderen te hoog zit (over de hals in plaats van over de schouder), mag dit eventueel achter het lichaam langs worden gedragen. Mits hij strak over de heupen loopt, want anders werkt de gordel niet.

APK-eisen

Bij een camper is de controle beperkt tot de voorste zitplaatsen en tot de overige zitplaatsen die zijn voorzien van gordels. Er wordt gelet op een deugdelijke bevestiging van de gordels en of ze niet zijn beschadigd. Het pluizen van de gordel is geen beschadiging.

De gordels moeten verder zijn voorzien van een goed werkende sluiting en een goed werkende blokkering. Oprolmechanismen moeten zodanig functioneren dat de gordel aanligt na het omdoen ervan.