Het land van Bartje

'Dit mooie gebied – met zijn diepe historie – dit mooie landschap – met sporen van pijn – deze gemeenschap – met goedlachse mensen – rijk is het leven – rustig de schijn.' Een couplet uit het gedicht Ode aan Drenthe van Gertruud Reinink inspireert ons tot een tocht door het land van Bartje, die beroemd werd door niet te bidden voor bruine bonen.

Dwingerveld: een onzichtbaar probleem

Om Drentse heideschapen te zien, moet je op het Dwingelderveld zijn. In het Bezoekerscentrum Dwingelderveld in Ruinen horen we dat dit grote, natte heidegebied het stilste stukje Nederland is: binnen de driehoek Dwingeloo, Ruinen en Beilen.

Wij nemen de gebaande paden om vanaf de top van de uitkijktoren, naast de schaapskooi, beloond te worden met een waanzinnig uitzicht. Als stipjes aan de horizon zien we de oude radiotelescoopen de vuilverbrandingspijp in Wijster. Ondanks alle ogenschijnlijke pracht is ook hier een onzichtbaar probleem: de stikstofneerslag. Hoewel de schapen hun stinkende best doen, rukken bramen, brandnetels en boompjes op.

Er is hier meer: bossen, vennetjes, moeras, stuifzand, maar ook de inmiddels door vrijwilligers beheerde Dwingeloo Radiotelescoop. Begin van de avond wandelen we naar de schaapskooi om de schaapjes welterusten te zeggen.

Westerbork: een betere wereld?

In Drenthe willen we Kamp Westerbork niet missen. Aanvankelijk gebouwd om Joodse vluchtelingen op te vangen, maar in 1942 ingenomen als doorvoerkamp. Ook Anne Frank verbleef hier kort.

In het museum zien we achtergebleven bezittingen: brieven, haarborstels, koffers, knuffels, maar ook filmbeelden. Met deze op ons netvlies wandelen we langs het Melkwegpad in Boswachterij Hooghalen naar het voormalige kampterrein. Het houten huis van de kampcommandant met de glazen overkapping zie je direct, gevolgd door het immense, kale kampterrein. Een sobere herdenkingsplek, want de barakken zijn gesloopt, maar we voelen het onheil in onze botten. In de treinwagons worden de namen en leeftijden van de weggevoerden uitgesproken: kippenvel.

In 1950 werd het een woonplek voor de KNIL-militairen van Zuid-Molukse afkomst: Woonoord Schattenberg. De ingepakte hutkoffer voor de terugreis geeft hun verdriet intens weer. Best bizar, die telescopen van Westerbork Radiosterrenwacht langs dit voormalige kamp. Op zoek naar een betere wereld?

Assen: bid nie veur brune bonen

Zeg je Assen, dan zeg je TT en zeg je Bartje, naar de boeken van Anne de Vries. Maar er is meer. De camperplaats ligt tegen het centrum en bij de tourist info vragen we naar Bartje, die niet wilde bidden voor brune bonen. De medewerker vraagt of wij de bronzen of de originele uitvoering willen zien. In het Museumlaantje staat de hufterbestendige, bronzen versie, maar de echte van kalksteen staat in het nabije Drents Archief, gebouwd op de plek van een klooster. De kloostergang bleef behouden en ja, daar zien wij hem pront voor een glas-in-loodraam staan.

Een Assenaar tipt ons het Drents Museum niet te vergeten. Een groot museum, kruip-door-sluip-door in onze beleving, gebouwd op fundamenten van een Cisterciënzer klooster en alsmaar uitgebreid. Het modernste gedeelte heeft zwevende trappen, een pronkstuk op zich. Hier zien wij veenlijken, mooie tijdelijke tentoonstellingen moderne kunst, archeologie en geschiedenis van Drenthe. Assen verrast: een knus centrum met het oeroude Asserbos op wandelafstand.

Veenhuizen: onderklasse verheffen

We rijden naar het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen. Twee eeuwen terug kreeg Generaal Johannes van den Bosch het lumineuze plan om de erbarmelijk arme onderklasse uit het Westen te verheffen. Na de Franse Tijd heerste er grote armoede in de steden en met geld van de opgerichte Maatschappij van Weldadigheid kocht hij spotgoedkope woeste heidegrond in het lege Drenthe om de paupers daarheen te zenden. In Veenhuizen bouwde hij een gesticht voor bedelaars en landlopers en twee voor verweesde kinderen, waarvan er een later de strafkolonie werd.

In het Gevangenismuseum is er aandacht voor het verzedelijken, beschaven en straffen, maar ook voor het huidige rechtssysteem. We bekijken cellen en volgen een rechtszaak. Buiten is het een immens terrein in rechte lijnen met statige panden, nu met ateliers, eet- en drinkgelegenheden en andere ondernemers, heerlijk dwalen in deze bijzondere ambiance. De omliggende huizen van de bewakers dragen nog stichtelijke namen als Levenslust, Rust roest, Toewijding, Bitter, Zoet en Plichtsgevoel.

Frederiksoord: arbeid, tucht en godsdienst

Genietend van de natuur bereiken we Frederiksoord, de eerste vrije kolonie van de zeven koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid in Nederland en Vlaanderen. In 1818 wachtten 52 boerderijtjes op de paupers, maar vakantieparken waren de koloniën bepaald niet. Het was keihard werken en met de verplichte schoolgang voor kinderen en de inleg voor het ziekenfonds was het de bakermat van de latere verzorgingsstaat.

Het nieuwe Museum De Proefkolonie is een beleefcentrum in drie delen en wij genieten met volle teugen. Eerst een impressie van de armoede en stank in de stad en daarna volgen we vijf kolonistengezinnen met al hun scores. En ten slotte zien we wat er van alle ambities is overgebleven. Na 1953 waren er geen kolonisten meer. Frederiksoord heeft een beschermd, kaarsrecht dorpsgezicht. Verrassend om de nog vele koloniehuisjes, het koloniekerkje en kantoor Huis Westerbeek terug te zien in het landschap. Kon Johannes van den Bosch bevroeden dat Unesco zijn opvoedingsplan in 2021 zou bekronen?

Diever: midzomernachtdroom

Wij sluiten ons mooie, groene en historische rondje af aan de rand van het Drents-Friese Wold in het lieflijke esdorp Diever. We parkeren de camper tegenover het informatiecentrum. Diever is landelijk bekend van de zomerse Shakespeare-toneelopvoeringen, begonnen na de oorlog. Het openluchttheater ziet er idyllisch uit, ook als er geen publiek is.

Als we dit hebben gezien, wandelen we door naar hunebed D52, want Drenthe verlaten zonder een van de 52 hunebedden te hebben gezien, is geen optie. De grote, zware, met mankracht gestapelde stenen zijn resten van historische grafkamers van het jaar 4000 tot 2700 voor Christus. Vol impressies rijden we huiswaarts. Met natuurpracht heeft Drenthe indruk gemaakt, maar zeker ook door de imponerende geschiedenis.

 

Tekst: Marja van Kampen & Foto’s: Marja en Gerard van Kampen

 

Dit blog verscheen voor het eerst in Kampeerauto 2-2022.