De kop van Overijssel: Land van riet en water

Noordelijk van Zwolle en Hasselt ligt een waterrijk gebied met ook het Nationaal Park Weerribben-Wieden. Een grote fietsknooppuntendichtheid nodigt uit het gebied met de fiets te verkennen. Kleine musea, bezoekerscentra en panelen informeren over de bewogen geschiedenis van de regio. Het gebied is te bevaren onder begeleiding van gidsen.

Hanzestad Hasselt: Pelgrimsknooppunt

Als je vanuit Zwolle naar Zwartsluis rijdt, ga dan niet zomaar aan Hasselt voorbij. Achter het centrum en aan het Zwarte Water ligt de ruime camperparking. Van de dertiende tot voorbij de zeventiende eeuw bloeide hier de Hanzestad Hasselt. Van de vestingmuren is weinig overgebleven, maar de Grote of Stephanuskerk, het Oude Stadhuis en andere gebouwen getuigen van een veelbewogen geschiedenis.

Aan de Heerengracht is veel bebouwing nog in oude staat, variërend van de Vinckehuysjes tot statige panden als ’t Hooge Huys dat bewoond werd door bestuurders en een chirurgijn en in de twintigste eeuw een petroleumhandelaar. Je leest er alles over op de infopanelen met QR-codes.

Van een andere orde is Hasselt als bedevaartplaats waar het Friese Jabikspaad en het Gronings-Drentse Jacobspad samenkomen om verder te gaan als de bedevaartroute naar het Spaanse Santiago de Compostella. De Jacobsschelp vinden we in Hasselt dan ook op veel plaatsen terug. Ook op de wegwijspaal bij de Stephanuskerk, die onder andere verwijst naar de camperplaats.

Genemuiden: Zwartewaterklooster

We doen een fietsknooppuntenroute van 21 kilometer via Genemuiden en Zwartsluis terug naar Hasselt. De route voert door het groene landschap aan weerszijden van het Zwarte Water.

Genemuiden is een stadje met een historisch centrum rond de oude binnenhaven. De huidige plaats is sociaal verweven met een groot industrieel complex, dat grotendeels is opgebouwd door de plaatselijke familie Breman.

Na de oversteek met de veerpont maakt tussen de weilanden een infobord ons attent op een curieuze historische gebeurtenis. Hier liggen zo’n honderdvijftig ridders en edelen begraven, die in de dertiende eeuw de bisschop van Utrecht dienden. Het leger van Rudolf van Coevorden hakte ze in de pan in de slag bij Ane in 1227, toen ze net terugkwamen van een kruistocht.

Even verderop stond ooit het Zwartewaterklooster. Op het informatiebord lezen we meer over de benedictijner nonnen. In de buurtschap die nog steeds Zwartewaterklooster heet, herinnert verder niets meer aan die geschiedenis. Voelen we toch iets in de lucht spoken?

Zwartsluis: Koffieverbeteraar

Vanaf de populaire Jachthaven Camping Zwartewater, waar je overigens wel moet reserveren, lopen we over de doorgaande weg zo het centrum in. Alle toeristische informatie vinden we aan de infobalie van de Sluuspoort. In dit museum is er niet aan te ontkomen dat Zwartsluis een borstelfabriek heeft en ook de thuishaven is van koffieverbeteraar Buisman. Blikjes met het opschrift De smaakmakers van Zwartsluis zijn in ruime mate te bewonderen. Uit de tijd dat de milieueisen minder streng waren, herinneren oudere bewoners zich nog goed de doordringende lucht van de branderij.

Zwartsluis was eeuwenlang het centrum van de overslag van en handel in Drentse turf die van hieruit over de Zuiderzee naar Holland werd gevaren. De belasting op de opbrengsten kwam ten goede aan de plaatselijke overheid maar ook aan de diaconie, de medische en armenzorg. Veel is over de turfoverslag en -doorvoer te zien in het museum en te lezen op informatieborden langs het Turfpad Zwartsluis op het eilandje achter de Mastenmakersstraat.

Sint Jansklooster: Fietsen rond de Wieden

Vanuit Zwartsluis zijn mooie knooppuntfietstochten te doen. Wij koersen naar Sint Jansklooster, waar Evert van Benthem, winnaar van de Elfstedentocht in 1985 en 1986, afgelopen april het monument De Schaatser onthulde. Het is gemaakt van oude Friese doorlopers en staat voor de tienduizenden schaatsers die in een van de strenge winters van hieruit over het Nationale Park Weerribben-Wieden uitzwermen. Toch verbeeldt het nadrukkelijk Van Benthem zelf, inclusief de beschadigde schaats waarop hij in 1985 finishte.

Even verderop ligt aan het water het Bezoekerscentrum De Wieden van Natuurmonumenten. Van hieruit worden rondvaarten verzorgd en zijn wandelroutes aangegeven door het aangrenzende veen en land. Een alternatief is de watertaxi, die van hieruit ook de fiets meeneemt voor een vaartocht door De Wieden naar knooppunt 44 in Blokzijl. Wij fietsen verder door het unieke waterrijke gebied door Blokzijl, langs Giethoorn en door Belt-Schutsloot terug naar Zwartsluis.

Ossenzijl en de weerribben: overweldigende rust

Bij Ossenzijl is Minicamping de Stille Verkwikking bij de boerderij van Grietea
en Rinke een mooi uitgangspunt voor verkenning van de Weerribben. Het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer biedt alle informatie en is uitgangspunt voor rondvaarten door dit deel van het Nationale Park. De aangegeven kanoroutes leiden door de overweldigende rust van de Weerribben, waar nog steeds iedere winter grote hoeveelheden riet worden geoogst.

Wij fietsen langs de Kalenbergergracht over vele houten bruggetjes door het dorp Kalenberg, waar sommige huizen alleen over het water te bereiken zijn. Op de terugweg naar Ossenzijl over de Hoogeweg staat bij een parkeer- en picknickplek een van de weinige overgebleven tjaskermolens. Het is een eenvoudig type houten windmolen, waarvan er een eeuw geleden zo’n honderd stonden in de kop van Overijssel. De tjaskers maalden het water uit het gebied dat nu de Wieden en de Weerribben omvat, om veen te kunnen winnen.

De rottige meente: vogelkijkhut aan het water

We doen een prachtig fietstochtje vanuit Ossenzijl rond de waterrijke Rottige Meente, net over de grens met Friesland. Onderweg trekt langs de dijk een curieus bouwwerk de aandacht. Het is de sokkel van de ooit indrukwekkend grote windmolen Herkules Metallicus. Het was een molen naar Amerikaans model, die vanaf 1921 de bemalingscapaciteit vergrootte van wat nu de Rottige Meente heet. In 1983 blies na gebrekkig onderhoud een storm hem omver.

In Scherpenzeel ga je voor een versnapering naar de Proeme Shopping Mall. Alles is er te koop. In hetzelfde pandje met terras zit de mini-bistro ’t Proeme Nust. Even verderop fietsen we langs een fraaie vogelkijkhut aan het water. De Kijkhut voor Niet-bestaande Vogels van de Rottige Meenthe is een creatie van kunstenaar O.C. Hooymeijer. Op de tafel ligt De Nieuwe Gids voor de Niet-bestaande Vogels van Europa en aan de wand een plaat met ‘kanshebbers voor de toekomst,niet-bestaande vogels  die door de opwarming van de aarde hun leefgebied verleggen’. Het zicht op het water met bestaande vogels is fraai.

 

Tekst en foto's: Sjoerd Cats

 

Dit blog verscheen voor het eerst in Kampeerauto 8-2022.