Handige tips voor sneeuwpret met de camper

Door Leo van Dooren (tekst) Leo van Dooren en Mieke Scharloo (foto's)

Met de camper de sneeuw in? Voor wie goed voorbereid is en de juiste tips ter harte neemt, wordt een wintervakantie met de camper een bijzondere ervaring.

Het koude jaargetijde is geen reden om de camper een winterslaap te gunnen, integendeel. Is er wat mooiers dan na een dagje skiën een dampend glas glühwein te drinken en na te bomen over al die moeilijke pistes die overwonnen zijn? En dat in je eigen camper, die naast de skipiste op je staat te wachten? Maar wintercamperen heeft zo zijn nukken. Om deze het hoofd te kunnen bieden, volgen hier vorstvrije tips. Uiteraard draait alles om de camper, het huisje in de kou en het rijden ermee onder winterse omstandigheden. Want alleen goed voorbereid rijdt men ook veilig.

Banden

Dat de camper op winterbanden staat met een profiel van minstens vier millimeter, is een eerste vereiste om glij- en slippartijen te voorkomen. Reeds bij zeven graden Celsius boven nul bieden deze banden al meer houvast, dan zomerbanden, al is er geen sneeuw of ijs te bekennen. Sneeuwkettingen horen uiteraard bij de winteruitrusting.

Omleggen van sneeuwkettingen kun je beter thuis eerste oefenen.

Thuis op je gemak het omleggen oefenen, kan in de sneeuw een hoop ongemak voorkomen. Kettingen worden op aangedreven wielen gemonteerd en zijn nooit een vervanging van de winterbanden, maar alleen een aanvulling. Bij het omleggen langs de openbare weg zijn een waarschuwingsvest, een paar werkhandschoenen, een matje voor onder de knieën en een oude jas handige hulpmiddelen. Vaak is het waarschuwingsvest verplicht.

Accu

Kou betekent overuren voor de accu, want deze functioneert optimaal bij twintig graden Celsius. Onder het vriespunt dalen de prestaties tot een vierde. Slechts met een accu in topconditie kan de camper na een koude nacht vlot starten, dus wie twijfelt aan de toestand van de accu, laat hem testen en zo nodig vervangen. Zorg ervoor dat de accuklemmen corrosievrij zijn en bescherm deze met zuurvrij vet, verkrijgbaar in elke autoshop. Een paar voldoende lange startkabels kunnen goed van pas komen, al is het maar om een ander te kunnen helpen.

Vloeistof

Dat een goed zicht door de voorruit van levensbelang is, hoeft geen betoog. Zorg dus voor voldoende antivriesruitenvloeistof, die tot minstens twintig graden vorst niet bevriest en controleer de ruitenwisserbladen. Houd ook altijd een doek om beslagen ruiten te reinigen bij de hand. Laat de koelvloeistof van de motor testen op vorstbestendigheid. Deze moet bescherming bieden tot dertig graden vorst. Bij bevriezing van de motor weigert deze niet alleen te starten, hij kan ook grote schade oplopen. Alle deur- en raamrubbers van tevoren behandelen met glycerine of siliconenspray voorkomt vastvriezen en scheuren van rubbers. Het vastvriezen van sloten wordt voorkomen door deze tijdig met grafiet in te spuiten en natuurlijk heeft ieder verstandig mens ontdooispray in de winterjas bij zich en niet in de camper liggen.

Stroom

Op de plek van bestemming is het zaak alle techniek aan boord van de camper te laten functioneren en een aangename binnentemperatuur te krijgen en te houden. Ook de boordaccu’s leveren de beste prestaties bij twintig graden Celsius, dus plaats ze zo mogelijk in een verwarmde ruimte. De camper vraagt ’s winters veel stroom door lichtpunten, kachelaanjagers en dergelijke. Een externe stroombron is bij langer verblijf dan ook onontbeerlijk. Aan de stroompaal is natuurlijk ideaal, maar als dat niet mogelijk is, kan een generator goede diensten bewijzen. Let wel op de geluidsoverlast.

Sneeuwpret Met De Camper 2Een generator voor de stroomvoorziening. Een kistje
voor de geluidsisolatie is simpel zelf te maken.

Zonnepanelen geven in de winter maar weinig opbrengst vanwege de lage zonnestand, als de zon al schijnt. Bovendien zijn de dagen relatief kort. Een prima, maar duur alternatief zijn brandstofcellen, die geluidloos hun werk doen.

Verwarming

Voor de verwarming is een voldoende voorraad gas met een hoog propaangehalte nodig, liefst puur propaan. Butaan verdampt onder het vriespunt niet en doet dus niet meer mee als brandstof. Propaan is in wintersportgebieden vrijwel altijd voorhanden en vaak is het mogelijk om een extra grote gasfles te huren bij een benzinestation. Wintersportcampings bieden vrijwel altijd een gasvoorziening aan. Als er met flessen wordt gewerkt, is een automatisch koppelsysteem handig, zodat je niet midden in de nacht naar buiten hoeft om de gasfles te wisselen.

Andere koudeproblemen

Veel boilers hebben een veiligheidsventiel. Zorg ervoor dat dit ventiel genoeg warmte krijgt, want bij vijf graden Celsius gaat deze al open en stroomt de boiler leeg. De ventilatieroosters voor de koelkast zijn een koudebron, vooral als de wind erop staat. Dek de roosters dus af met de hiervoor verkrijgbare afsluitdeksels. Zowel de schoonwatertank als de vuilwatertank moeten vorstvrij blijven. Vaak is de vuilwatertank onder de camper gemonteerd. Laat dan de afvoer open en kijk goed of deze verticaal loopt en ruim genoeg is, zodat zich geen afvalwaterresten ophopen die kunnen bevriezen.

Plaats er een teil of emmer onder. Mocht een water- of afvoerleiding toch bevriezen, dan is het meestal voldoende om een ketel kokend en sterk gezouten water in de leiding te gieten. Lukt dit niet, dan kan een föhn uitkomst bieden.

Laat de afvoer van de vuilwatertank open als de tank
niet is geïsoleerd en zet er een emmer of een teil onder.

IJskrabber

Vooral bij halfintegraal- en alkoofcampers veroorzaakt de cabine heel veel warmteverlies. Wordt de cabine niet gebruikt als leefruimte, sluit hem dan af met een goed isolerende deken. Gebruik tevens isolatiehoezen die de ruiten aan de voorzijde afsluiten. Isolatie aan de buitenkant van de cabine is sowieso een must. Isolatiehoezen zijn in de vakhandel voor vrijwel alle modellen verkrijgbaar. Een ijskrabber voor de ruiten en een bezem om overtollige sneeuw te kunnen verwijderen, zijn handige hulpmiddelen. Om dit op het dak te kunnen doen, is een goede ladder nodig.

Een telescoopladder die op diverse plekken tegen de camper aangezet kan worden, is ideaal.

Een telescoopladder die op diverse plekken tegen de camper aangezet kan worden, is ideaal. De schoorsteen moet natuurlijk sneeuwvrij blijven. Een opzetstuk voor de schoorsteen kan daarbij goede dienst doen. Let op: het dak kan spiegelglad zijn! Controleer het dak voor het wegrijden op sneeuw- en ijsresten, want wie schade veroorzaakt door het af laten waaien van ijsplakken, is daar aansprakelijk voor. Een sneeuwschuiver of sneeuwschep van staal kan zeer handig zijn om de camper toegankelijk te maken en te houden.

Checklist

Rijden met de camper 

  • Winterbanden met minstens vier millimeter profiel, na duizend kilometer bouten natrekken
  • Startaccu controleren en zo nodig vervangen.
  • Accupolen schoonmaken en invetten.
  • Ruitenwisserbladen controleren en zo nodig vervangen.
  • Ruitenvloeistof voldoende met antivries tot -20°C.
  • Koelvloeistof voor de motor met bescherming tot -30°C.
  • Passende sneeuwkettingen op bereikbare plaats.
  • Veiligheidshesje binnen handbereik.
  • Werkhandschoenen, oude jas en matje voor montage van de sneeuwkettingen.
  • Gevarendriehoek en waarschuwingslamp op bereikbare plaats.
  • Anti-condensdoekje en ijskrabber binnen handbereik.

Verblijf met de camper

  • Deur- en raamrubbers met spray behandelen.
  • Sloten inspuiten met grafiet en slotspray op zak.
  • Handbezem om voorruit en dak sneeuwvrij te kunnen maken.
  • Ladder om het dak op te kunnen.
  • Zaklamp, want ’s winters is het al erg vroeg donker.
  • Startkabels voor starthulp.
  • Voldoende gasvoorraad.
  • Goed en voldoende isolatiemateriaal.
  • Elektrisch kacheltje met laag wattage voor noodgevallen.
  • Föhn voor noodgevallen.

Dit artikel verscheen in een andere vorm in de NKC Campergids 2016.