Praktijkvoorbeelden - Vervallen mijn rechten na de garantietermijn?


Bij de aanschaf van een achteruitrijcamera in 2009 werd me verteld dat deze ongeveer tien jaar mee zou gaan, maar na twee jaar was de monitor kapot. Volgens de verkoper gebeurde dat eigenlijk nooit. Op mijn vraag of de firma me tegemoet kon komen, kreeg ik een aanbod van tien procent korting op een nieuwe monitor. Moet ik hiermee akkoord gaan?

NKC Juridische Helpdesk:
Nee, de verwachte levensduur staat centraal

Bij een defect aan een product binnen de garantietermijn is de firma verplicht om het defect te verhelpen, de schade te vergoeden of de klant een nieuw product te geven. Het hangt af van de situatie wat er geëist mag worden van de verkoper. Bij een klein defect dat is te verhelpen, is het niet redelijk om een nieuw product te eisen. Als de garantietermijn is verlopen, betekent dit niet meteen dat de verkoper niet meer aansprakelijk te stellen is voor defecten.

Na het verlopen van de overeengekomen garantie, begint de wettelijke garantie uit artikel 17 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (art. 7:17 BW). Dit wordt ook wel het conformiteitbeginsel genoemd. Binnen deze wettelijk vastgelegde garantie staat de verwachte levensduur van een product centraal. Dat betekent dat een consument mag verwachten dat een product geen defecten vertoont binnen de verwachte levensduur. In het geval van deze monitor mag de koper dus verwachten dat het apparaat de eigenschap bezit die de verkoper hieraan toedicht: een levensduur van een jaar of tien. De monitor is echter bij normaal gebruik binnen twee jaar defect geraakt en voldoet daarom niet aan de verwachte levensduur.

Op grond van art. 7:17 BW is er sprake van een non-conformiteit en kan de verkoper aangesproken worden voor het defect. Een volledige vergoeding of een nieuw product eisen is niet redelijk. De koper heeft immers twee jaar genoten van een deugdelijk product. In dit geval is het dus redelijk dat de koper een deel van de kosten draagt. Om te beoordelen hoeveel de firma moet vergoeden, moet gekeken worden hoe lang het product goed heeft gefunctioneerd, afgezet tegen de verwachte levensduur. De koper betaalt het deel van de tijd dat het apparaat goed werkte, de firma is aansprakelijk voor het overige deel.

In dit geval heeft de achteruitrijdcamera het twee jaar goed gedaan, tegen een verwachte levensduur van tien jaar. Dat is dus twee tiende van de levensduur van tien jaar. Het is in dit geval dus redelijk om theoretisch tachtig procent van de nieuwe monitor vergoed te krijgen. In praktijk kan dat misschien iets lager uitvallen. Maar het voorstel van de firma om een korting van tien procent te geven, is niet redelijk.

Een tegemoetkoming is natuurlijk alleen redelijk als de monitor niet door invloeden van buitenaf kapot is gegaan. Als het product meer dan een halfjaar na aankoop kapot gaat, is het aan de consument om aan te tonen dat er geen invloed van buitenaf was. Gebeurt dat binnen een halfjaar, dan ligt de bewijslast wat dit betreft bij de verkoper. Ontstaat discussie over zaken? Wil men niet meewerken? Dan is het aan te raden om het verzoek alsnog schriftelijk in te dienen, met een goede uitleg dat er geen bijzondere dingen zijn gebeurd die het defect kunnen verklaren. Dit uiteraard alleen als dit naar waarheid is.